ECLI:NL:GHSHE:2018:4492
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over eigendom en verwijdering van coniferen op perceelsgrens
In deze civiele zaak vordert de geïntimeerde dat appellant de overhangende coniferen verwijdert of snoeit, omdat deze over de erfgrens zouden staan en hinder veroorzaken. De rechtbank stelde vast dat de coniferen, op één na, op het perceel van de geïntimeerde staan en wees de vorderingen grotendeels af. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond waarop de coniferen staan, maar dit werd verworpen.
Het hof bevestigde dat de grensreconstructie van het Kadaster de juiste perceelsgrens vaststelde en dat appellant onvoldoende machtsuitoefening heeft verricht om bezit te verkrijgen dat leidt tot eigendom door verjaring. Ook het verweer dat de koopovereenkomst van de geïntimeerde nietig zou zijn, werd niet ontvankelijk verklaard.
Het hof oordeelde dat de vordering tot verwijdering van de overhangende begroeiing van de enige conifeer op het perceel van appellant terecht was toegewezen, maar dat de geïntimeerde geen belang had bij de uitvoering daarvan. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant niet eigenaar is van de coniferen en wijst het hoger beroep af.