Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] , België
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 24 oktober 2017;
- het door [appellant 1] en [appellant 2] ingezonden H12 formulier van 5 februari 2018, met daarbij achttien producties (nummers 43 tot en met 60);
- het door [geïntimeerde] ingezonden H12 formulier van 5 februari 2018 met daarbij één productie (nr. 39);
- de door partijen bij gelegenheid van de mondelinge behandeling bij het hof op 20 februari 2018 overgelegde pleitnotities;
6.De verdere beoordeling
[intitialen appellant 2] (vvz, organisatie)(hof: bedoeld wordt [appellant 2] )
in casuook is - vastgesteld (in dit geval: 120 uren per jaar voor de voorzitter en 100 uren per jaar voor de vice-voorzitter). Inherent aan het forfaitair begroten van het aantal uren is dat het mogelijk is dat een toezichthouder de ene keer meer uren aan zijn taak zal (moeten) besteden en de andere keer minder. Er wordt bij de vaststelling van een forfaitaire begroting en vergoeding, zo mag worden aangenomen, immers uitgegaan van een langjarig gemiddelde.
partners in crime, het binnen de beweerde drie-eenheid over en weer genieten van persoonlijk voordeel en het actief meewerken door [appellant 1] en [appellant 2] aan onrechtmatige gedragingen van [bestuurder 1] , zou kunnen blijken, is door [geïntimeerde] niet aangevoerd.