Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 juni 2018;
- de akte na tussenarrest van [appellant] met drie producties;
- de antwoordakte na tussenarrest van [handelsonderneming] met een productie.
6.De verdere beoordeling
gekauft habe. Während des zusammenwohnen ging dann die Hälfte des Autos an meinen Partner [appellant] auch wohnhaft [adres] in (…) [woonplaats 1] über.
- In de brief van 6 augustus 2013, waarin [handelsonderneming] door de Duitse advocaat van [levenspartner van appellant] aansprakelijk is gesteld voor de door het ongeval veroorzaakte schade, staat dat [levenspartner van appellant] eigenaresse is van de auto en dat zij in [woonplaats 1] woont.
- Op het rapport van [deskundige aan de zijde van appellant] , dat kennelijk omstreeks april/mei 2014 (omstreeks 8 maanden na het ongeval) in schriftelijke vorm is vastgelegd, staat als opdrachtgever [levenspartner van appellant] vermeld, met als woonplaats [woonplaats 1] .
- de factuur die [deskundige aan de zijde van appellant] voor zijn werkzaamheden heeft opgesteld en die is gedateerd op 8 mei 2014, derhalve ruim 9 maanden na het ongeval, is gericht aan [levenspartner van appellant] (en niet mede aan [appellant] ) met vermelding van [woonplaats 1] als haar woonplaats.
- ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding in de onderhavige procedure (4 januari 2016) woonde [appellant] in [woonplaats 1] , kennelijk samen met [levenspartner van appellant] ; het huwelijk tussen hen is later dat jaar voltrokken.
- [appellant] in reconventie is veroordeeld om aan [handelsonderneming] € 250,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 augustus 2013;
- de proceskosten van het geding in reconventie tussen partijen zijn gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen proceskosten moet dragen.
- De vorderingen van [handelsonderneming] in reconventie geheel afwijzen;
- [handelsonderneming] veroordelen in de proceskosten van het geding in reconventie.
7.De uitspraak
- wijst de vorderingen van [handelsonderneming] in reconventie geheel af;
- veroordeelt [handelsonderneming] in de proceskosten van het geding in reconventie, en begroot die kosten aan de zijde van [appellant] tot op heden op € 125,-- aan salaris gemachtigde;