ECLI:NL:GHSHE:2018:4686
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging einde schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen
Appellanten zijn in 2013 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst, met een verlenging tot juni 2018. De rechtbank oordeelde dat zij toerekenbaar tekortgeschoten zijn in de nakoming van verplichtingen, met name door het stopzetten van budgetbeheer en het oplopen van een schuld bij VGZ.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de schuld voortkwam uit onvoorziene medische kosten en dat zij geen wanbeheer pleegden. De bewindvoerder stelde dat het stopzetten van budgetbeheer tegen haar advies in onverantwoordelijk was en dat appellanten onvoldoende medewerking verleenden.
Het hof overweegt dat appellanten een substantiële nieuwe schuld hebben laten ontstaan en dat het stopzetten van budgetbeheer en het niet tijdig informeren van de bewindvoerder toerekenbaar is. Het onvoorziene karakter van de zorgkosten verklaart slechts een deel van de schuld.
Het hof bevestigt dat de tekortkomingen niet buiten beschouwing kunnen blijven en dat de maximale termijn van de schuldsaneringsregeling is bereikt. Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en wordt de schone lei niet toegekend.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toekenning van de schone lei af wegens toerekenbare tekortkomingen.