ECLI:NL:GHSHE:2018:4752

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
11 oktober 2018
Publicatiedatum
16 november 2018
Zaaknummer
000949-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a lid 3 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing gevangenhouding verdachte met psychiatrische problematiek

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 oktober 2018 het hoger beroep van het openbaar ministerie behandeld tegen de afwijzing van de vordering tot gevangenhouding van verdachte door de rechtbank Limburg. De rechtbank had de gevangenhouding afgewezen op grond van artikel 67a, lid 3, Sv. Het hof is echter van oordeel dat deze situatie niet van toepassing is, mede omdat er ernstig rekening moet worden gehouden met een vrijheidsbenemende maatregel indien verdachte wordt veroordeeld, waarbij de tijd in voorarrest niet in mindering wordt gebracht.

Verdachte wordt verweten bedreiging met een misdrijf tegen het leven of zware mishandeling van drie politieagenten. Het dossier bevat ernstige bezwaren en rapportages wijzen op complexe psychiatrische problematiek met een hoog risico op recidive, letselschade en onttrekking aan voorwaarden. Ondanks medicatie is het evenwicht fragiel en is verdachte gevoelig voor ontregeling door stress.

Het hof heeft de vordering tot gevangenhouding voor de duur van 60 dagen toegewezen en de eerdere beschikking vernietigd. De gevorderde schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen omdat geen voorwaarden kunnen worden gesteld die het gevaar op herhaling voldoende beperken. Civielrechtelijke opvangmogelijkheden ontbreken, waardoor de maatschappij onvoldoende beschermd zou zijn.

De uitspraak is gedaan door de voorzitter en raadsheren in aanwezigheid van de griffier. De advocaat-generaal heeft de beschikking ter kennis van verdachte gebracht.

Uitkomst: Het hof beveelt gevangenhouding van verdachte voor 60 dagen en wijst de schorsing van voorlopige hechtenis af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: AVNR. 000949-18
Parketnummer 1e aanleg: 03-659269-18
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Limburg van 21 september 2018, waarbij door de officier van justitie in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [adres]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg van 20 september 2018, bij welke beschikking de vordering tot gevangenhouding van [verdachte] werd afgewezen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waaruit blijkt dat de officier van justitie tijdig beroep heeft aangetekend tegen de afwijzing van de vordering tot het verlenen van een bevel gevangenhouding voor de duur van zestig dagen.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal alsmede de raadsman van verdachte.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat verdachte wordt verweten bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht althans met zware mishandeling, gericht tegen drie agenten van politie. Het dossier bevat naar het oordeel van het hof voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten.
De rechtbank heeft de vordering tot het verlenen van een bevel gevangenhouding van verdachte afgewezen op grond van het bepaalde in artikel 67a, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof is van oordeel dat deze situatie zich niet voordoet, temeer nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat aan verdachte -indien de aan hem verweten feiten worden bewezen verklaard en hij daarvoor wordt veroordeeld- een vrijheidsbenemende maatregel zal worden opgelegd waarbij de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht niet in mindering zal worden gebracht.
Het hof zal het hoger beroep derhalve toewijzen en een bevel tot gevangenhouding voor de duur van 60 dagen afgeven.
Ter zitting in raadkamer is door de advocaat-generaal tevens gevorderd dat het hof de voorlopige hechtenis met de in de wet genoemde algemene voorwaarden zal schorsen.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het dossier blijkt dat er bij verdachte sprake is van complexe psychiatrische problematiek die mede leidt tot strafbare gedragingen zoals die thans aan verdachte worden verweten. Gelet op de zich in het dossier bevindende rapportages is bij verdachte sprake van een hoog risico op recidive, letselschade en onttrekking aan de voorwaarden. Verder is tijdens de behandeling in raadkamer gebleken dat verdachte thans weliswaar op medicatie is ingesteld maar dat sprake is van een fragiel evenwicht, waarbij verdachte zeer gevoelig is voor ontregeling door stress, reden waarom de behandelaar verdachte heeft ontraden de behandeling in raadkamer bij te wonen. Gelet hierop ziet het hof vooralsnog niet welke voorwaarden, te stellen aan een schorsing van een voorlopige hechtenis, kunnen bijdragen aan het terugbrengen van het gevaar voor herhaling.
Het hof heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat civielrechtelijk kennelijk geen mogelijkheden meer bestaan om verdachte op te vangen en aldus de maatschappij afdoende te beschermen.
Het hof wijst af de vordering tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst toe het hoger beroep.

Vernietigt de beschikking waarvan beroep.

Beveeltde
gevangenhoudingvan verdachte voor de duur van
60(zegge: zestig)
dagen.
Wijst afde vordering van de advocaat-generaal tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Aldus gedaan op 11 oktober 2018
door mr. R.R. Everaars-Katerberg, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mw. J. van Zanten, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 11 oktober 2018
Gezien d.d.
De directeur van