ECLI:NL:GHSHE:2018:4867
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verzet strafbeschikking wegens onduidelijkheid kennisname termijn
In deze strafzaak werd het verzet tegen een strafbeschikking door de politierechter onterecht niet-ontvankelijk verklaard. De verdediging stelde dat verdachte niet persoonlijk een afschrift van de strafbeschikking had ontvangen en pas op 10 februari 2016 via het CJIB op de hoogte was gesteld.
Het hof overwoog dat de termijn voor het instellen van verzet begint te lopen vanaf het moment dat de verdachte daadwerkelijk bekend is met de schriftelijke strafbeschikking. De mondelinge aankondiging tijdens de OM-zitting op 15 september 2015 was onvoldoende om kennisname te veronderstellen, aangezien de strafbeschikking pas schriftelijk was opgemaakt op 16 september 2015.
Omdat de raadsvrouw van verdachte op 10 februari 2016 tijdig verzet had ingesteld, werd dit verzet als ontvankelijk beoordeeld. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het verzet.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte kennisgeving van strafbeschikkingen en de strikte toepassing van termijnen voor rechtsmiddelen, met oog voor het recht op toegang tot de rechter.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet ontvankelijk en verwijst de zaak terug naar de politierechter.