ECLI:NL:GHSHE:2018:4970
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- R.R.M. de Moor
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- F.J.M. Walstock
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goeder trouw
De appellant verzocht in hoger beroep om vernietiging van het vonnis van de rechtbank Limburg dat zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling had afgewezen. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit betrof onder meer een aanzienlijke preferente belastingschuld en een grote schuld aan Rabobank.
Appellant voerde aan dat de belastingschulden niet te goeder trouw konden worden aangemerkt omdat voor 2018 nog geen gegevens verstrekt hoefden te worden en dat de schulden aan Rabobank voortvloeiden uit hypotheek en borgstellingen, niet uit verboden handelingen. Tevens stelde hij dat de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro van toepassing zou moeten zijn.
Het hof oordeelde dat de belastingschulden door het niet tijdig verstrekken van gegevens niet te goeder trouw waren ontstaan en dat appellant ook niet volledig te goeder trouw was geweest door het niet vorderen van achterstallig salaris bij zijn vader. De omstandigheden die appellant aanvoerde voor toepassing van de hardheidsclausule waren onvoldoende om het verzoek alsnog toe te wijzen.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goeder trouw.