Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[de vader](hierna te noemen: de vader).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg die een machtiging tot uithuisplaatsing van een tweejarig jongetje met Downsyndroom en een aangeboren hartafwijking heeft verleend. De moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, betwistte de machtiging en verzocht om vernietiging of beperking van de duur.
Het hof nam kennis van de uitgebreide processtukken, waaronder rapporten, observatieverslagen en communicatie tussen ouders en voogd. Tijdens de mondelinge behandeling werden de moeder, vader en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling gehoord. De ouders hebben een moeilijke voorgeschiedenis maar hebben inmiddels stappen gezet, zoals het verkrijgen van een eigen woning en het verbeteren van contact met hun kind.
De gecertificeerde instelling stelde dat de ouders ondanks goede bedoelingen onvoldoende in staat zijn om de complexe zorgbehoeften van het kind te waarborgen, mede door terugkerende patronen en onmacht. Het hof oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor uithuisplaatsing is voldaan en dat de machtiging op goede gronden is verleend. Hoewel de ouders vooruitgang boeken, is het belang van het kind bij zorgvuldige terugplaatsing gebaat bij een stapsgewijze uitbreiding van contact.
Het hof besloot de machtiging te bekrachtigen en het verzoek tot beperking van de duur af te wijzen. De periode tot 17 februari 2019 moet worden benut om vertrouwen te vergroten en het perspectief voor het kind te verduidelijken.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van het kind wordt bekrachtigd en de duur ervan niet beperkt.