ECLI:NL:GHSHE:2018:517

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 januari 2018
Publicatiedatum
8 februari 2018
Zaaknummer
001274-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek medeplegen doodslag op kind

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding van verdachte, die wordt verdacht van medeplegen van doodslag, subsidiair medeplegen van zware mishandeling met de dood tot gevolg, van zijn enkele maanden oude kind.

Uit het dossier en het voorlopig sectierapport blijkt dat het slachtoffer is overleden ten gevolge van uitwendig mechanisch geweld. Verdachte was aanwezig in de woning met het slachtoffer en diens moeder ten tijde van het vermoedelijke geweld. Verdachte gaf wisselende verklaringen die niet stroken met de forensische bevindingen. Daarnaast is er informatie over het gebruik van verdovende middelen door verdachte en een geweldshuishouding, alsmede eerdere betrokkenheid bij huiselijk geweld.

Het hof concludeert dat er voldoende ernstige bezwaren zijn tegen verdachte voor het ten laste gelegde feit. Het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding wordt daarom afgewezen. Tevens wijst het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, omdat de omstandigheden die verdachte aanvoert niet zwaarwegend genoeg zijn om het belang van de samenleving bij voortzetting van de hechtenis te laten wijken.

De beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant wordt bevestigd en het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt het bevel tot gevangenhouding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: AVNR. 001274-17
Parketnummer 1e aanleg: 02-821363-17
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [datum], waarbij namens:

[naam verdachte]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [adres]
thans verblijvende in [detentieadres]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [datum], bij welke beschikking de gevangenhouding van [naam verdachte] werd bevolen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen het bevel gevangenhouding.
Het hof heeft gehoord de verdachte en zijn raadsman alsmede de advocaat-generaal.
Het hof heeft kennis genomen van de relevante stukken uit het dossier.
Uit het dossier blijkt van ernstige bezwaren jegens verdachte terzake van medeplegen van doodslag subsidiair medeplegen van zware mishandeling met de dood als gevolg jegens zijn kind. Uit het voorlopig sectierapport blijkt dat het slachtoffer, [enkele maanden] oud, is overleden ten gevolge van uitwendig mechanisch geweld. Verdachte was ten tijde waarop voornoemd geweld mogelijk is gebruikt, in de woning tezamen met het slachtoffer en de moeder van het slachtoffer. Verdachte heeft wisselend verklaard over het moment waarop het slachtoffer nog in leven was. Deze verklaringen lijken niet in overeenstemming met forensische bevindingen Uit de verklaring van de moeder van het slachtoffer blijkt dat verdachte toen de moeder terugkeerde van het doen van een boodschap, doende was met de baby en daarbij aangaf dat het kind moeilijk ademde. Vervolgens is het slachtoffer in bed gelegd en in de nacht is gebleken dat het kind niet meer ademde. Mede gelet op hetgeen door getuigen en deskundigen over verdachte wordt gemeld met name over diens gebruik van verdovende middelen en de mogelijk daarmee samenhangende geweldshuishouding van verdachte, alsmede gelet op het feit dat verdachte in verband wordt gebracht met huiselijk geweld zoals ook blijkt uit het ten laste van hem opgestelde uittreksel Justitiële Documentatie, is het hof op basis van de inhoud van het dossier van oordeel dat er sprake is van voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte terzake van het aan verdachte verweten feit, te weten medeplegen doodslag subsidiair medeplegen van mishandeling van zijn kind, de dood ten gevolge hebbend.
Het hof wijst af het beroep.
Namens verdachte is een verzoek tot schorsing gedaan.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte heeft in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten. Dat kan anders zijn wanneer, zoals in de onderhavige zaak, verdachte wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan een strafbaar feit waar naar de wettelijke omschrijving twaalf jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. In een dergelijk geval is schorsing in beginsel slechts aan de orde wanneer er sprake is van bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden waardoor het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis moet wijken voor het persoonlijk belang van verdachte. Namens verdachte is aangevoerd dat hij niet heeft kunnen rouwen om het overlijden van zijn zoontje, dat hij veel moet regelen voor zijn [bedrijf] en tot slot dat hij het zwaar heeft. Dergelijke omstandigheden zijn naar het oordeel van het hof geen omstandigheden ten gevolge waarvan het belang van de samenleving moet wijken voor het persoonlijk belang van verdachte.
Het hof wijst af het verzoek tot schorsing.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.
Bevestigt de beschikking waarvan beroep.
Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Aldus gedaan op 18 januari 2018
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mw. A.G.A. Aben, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 18 januari 2018
Gezien d.d.
De directeur van Vught PPC