Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
BESCHIKKENDE
vrijdag 7 december 2018 te 17.00 uur.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verzoeker, die zich in voorlopige hechtenis bevindt na een veroordeling tot gevangenisstraf, verzocht het hof om opheffing dan wel schorsing van zijn voorlopige hechtenis op grond van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Het Openbaar Ministerie wees op het feit dat voorwaardelijke invrijheidstelling niet kan worden verleend zolang de veroordeling niet onherroepelijk is en de verdachte in voorlopige hechtenis verblijft.
Het hof overwoog dat de voorlopige hechtenis krachtens artikel 75 lid 5 Sv Pro voortduurt totdat het arrest in kracht van gewijsde is gegaan. Artikel 75 lid 6 Sv Pro bepaalt dat de voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra de duur gelijk is aan de onvoorwaardelijke strafuitvoering. De voorwaardelijke invrijheidstelling, ingevoerd sinds 1 juli 2008, vervangt de vervroegde invrijheidstelling en kan worden uitgesteld of achterwege blijven onder bepaalde voorwaarden.
Hoewel verzoeker in aanmerking zou zijn gekomen voor voorwaardelijke invrijheidstelling als hij geen cassatieberoep had ingesteld, kan deze invrijheidstelling niet zonder voorwaarden worden verleend. Het hof past artikel 75 lid 6 Sv Pro analoog toe en besluit de voorlopige hechtenis te schorsen onder voorwaarden, waarbij verzoeker verklaart zich aan deze voorwaarden te zullen houden.
De schorsing gaat in op 7 december 2018 om 17:00 uur, met voorwaarden waaronder geen strafbare feiten plegen, gehoor geven aan oproepingen en zich niet onttrekken aan tenuitvoerlegging bij opheffing van de schorsing. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis wordt geschorst onder voorwaarden vanaf 7 december 2018 om 17:00 uur.