Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 11 april 2017;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 14 juni 2017 waarbij geen minnelijke regeling van het geschil is bereikt;
- de memorie van grieven van [appellante] van 29 augustus 2017 met producties;
- de memorie van antwoord in het principaal appel, tevens memorie van grieven in het incidenteel appel van [geïntimeerde] van 7 november 2017 met een productie en eiswijziging;
- de memorie van antwoord in het incidenteel appel van [appellante] van 19 december 2017.
6.De verdere beoordeling
Diverse timmerwerken zoals:
Schuifdeuren schuivend maken;
Herstel schade kozijnen;
Plintje hal;
Deurbeslag aanbrengen;
Plafond overloop;
Herstel stucwerk (exclusief “tuin” en gat plafond woonkamer) en
Herstel diverse kleinere zaken.’
- € 21.569,85 aan herstelkosten als vermeld in een taxatierapport van [bedrijf] van 20 mei 2015;
- € 2.000,= per maand gedurende de herstelperiode, op grond van de toepasselijke Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte (ROZ-model 2003);
- € 25,= per dag aan boete vanaf 1 mei 2015 tot aan het herstel van de woning, tot en met 25 juni 2015 begroot op € 1.400,=, op grond van deze algemene voorwaarden;
- € 286,79 aan wettelijke handelsrente tot en met 25 juni 2015;
- € 1.208,78 aan buitengerechtelijke incassokosten.
nieuw voor oud” behaald voordeel, ziet het hof daarvoor hier geen aanknopingspunten en concretiseert [appellante] dat zelf verder ook niet. Grief III wordt daarom verworpen.
waaromin dit geval [appellante] hem over de periode van 1 mei 2015 tot en met 25 juni 2015 een boete verschuldigd zou zijn, hoe deze boete zich verhoudt tot de eveneens door [geïntimeerde] gevorderde schadevergoeding voor de herstelkosten en voor de tijd die is gemoeid is geweest met dat herstel en hoe het door hem gevorderde bedrag precies berekend is. Een en ander brengt het hof tot dezelfde conclusie als de kantonrechter, zodat de grief wordt verworpen.