ECLI:NL:GHSHE:2018:5313
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondertoezichtstelling wegens voldoende acceptatie noodzakelijke hulp en draagkracht ouders
In deze zaak stond de ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal, die door de rechtbank Oost-Brabant was opgelegd vanwege een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat er geen sprake meer was van een ernstige bedreiging en dat zij de noodzakelijke hulp accepteerde.
Het hof heeft vastgesteld dat er nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, mede door kwetsbaarheid van het kind en problematiek in het verleden zoals huiselijk geweld en middelengebruik. Echter, het hof constateert dat de moeder inmiddels de noodzakelijke zorg voldoende accepteert en de gemaakte afspraken nakomt. De gecertificeerde instelling is tevreden over de voortgang en de ondersteuning kan ook zonder ondertoezichtstelling voortgezet worden.
Gezien deze positieve ontwikkelingen en de verwachting dat de moeder de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding kan dragen, concludeert het hof dat het tweede cumulatieve criterium van artikel 1:255 lid 1 BW Pro niet langer is vervuld. Daarom wordt de ondertoezichtstelling opgeheven met ingang van de datum van het arrest, terwijl de beschikking tot die datum wordt bekrachtigd.
De uitspraak benadrukt het belang van het accepteren van hulp en het kunnen dragen van opvoedingsverantwoordelijkheid als voorwaarden voor het voortzetten van een ondertoezichtstelling. De zaak illustreert de zorgvuldige afweging tussen bescherming van het kind en het respecteren van de positie van ouders bij jeugdbeschermingsmaatregelen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt opgeheven omdat de moeder de noodzakelijke hulp voldoende accepteert en de zorgverantwoordelijkheid kan dragen.