Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 4 december 2018;
- het H-formulier van 9 december 2018 met producties van de advocaat van de vrouw;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen, ex-echtgenoten, zijn betrokken bij een langdurig geschil over het hoofdverblijf van hun drie minderjarige kinderen. De vrouw woont sinds 2014 in Frankrijk, de man in Nederland. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg Limburg en het hoofdverblijf is onderwerp van diverse voorzieningen en procedures.
De vrouw had de kinderen zonder toestemming meerdere malen naar Frankrijk meegenomen, wat leidde tot onrust en ondertoezichtstelling. Het hof had eerder het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw bepaald, maar de man stelde cassatie in. De voorzieningenrechter schortte daarop de uitvoerbaarverklaring van die beschikking op en wees het verzoek van de man tot verlenging van een gebieds- en contactverbod af.
In hoger beroep vordert de vrouw vernietiging van die schorsing, terwijl de man incidenteel appel instelt tegen de afwijzing van het gebieds- en contactverbod. Het hof oordeelt dat het belang van de kinderen, met name [minderjarige 2] en [minderjarige 3], vraagt om stabiliteit en continuering van de huidige situatie totdat de Hoge Raad of het verwijzingshof beslist over het hoofdverblijf.
Het hof stelt dat het verzoek tot verlenging van het gebieds- en contactverbod onvoldoende concreet en aannemelijk is onderbouwd en wijst dit af. De schorsing van de uitvoerbaarverklaring wordt bekrachtigd onder verbetering van gronden. Proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schorsing van de uitvoerbaarverklaring en wijst het verzoek tot verlenging van het gebieds- en contactverbod af.