Appellante was sinds 2013 onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die in 2016 voor een jaar werd verlengd. De rechtbank Limburg oordeelde dat appellante toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen, met name de arbeids- en sollicitatieplicht, en wees de toekenning van de schone lei af.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door medische beperkingen niet in staat was aan haar verplichtingen te voldoen en dat zij wel degelijk pogingen deed, waaronder het verrichten van vrijwilligerswerk. De bewindvoerder stelde dat appellante geen aantoonbare sollicitaties heeft verricht na het vervallen van haar vrijstelling en dat zij zich vooral richtte op het aanleveren van medische stukken zonder daadwerkelijke inspanningen.
Het hof stelde vast dat appellante na het vervallen van haar vrijstelling op 7 april 2017 geen enkele sollicitatie heeft verricht en dat haar inspanningen zich beperkten tot het toezenden van medische rapportages. Het hof oordeelde dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en dat er geen redenen zijn om deze buiten beschouwing te laten. Gezien eerdere kansen en verlengingen acht het hof geen grond voor verdere verlenging van de regeling.
Daarom bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei.