ECLI:NL:GHSHE:2018:806

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 januari 2018
Publicatiedatum
27 februari 2018
Zaaknummer
001280-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a lid 2 SvWet Wapens en Munitie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen gevangenhouding wegens bezit vuurwapens afgewezen

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin zijn gevangenhouding was bevolen. De gevangenhouding was gebaseerd op de vondst van twee vuurwapens met munitie in de woning van verdachte, waarvan één doorgeladen.

Het hof stemde in met de rechtbank dat er voldoende ernstige bezwaren zijn tegen verdachte vanwege het voorhanden hebben van vuurwapens met munitie. Daarnaast werd de recidivegrond als rechtvaardiging voor de voorlopige hechtenis bevestigd, aangezien verdachte eerder was veroordeeld voor overtreding van de Wet Wapens en Munitie.

Het hof concludeerde dat verdachte zich in een situatie bevindt waarin een schietklaar vuurwapen nodig wordt geacht, wat ernstige vrees rechtvaardigt dat hij zonder voorlopige hechtenis een strafbaar feit zal plegen dat de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan brengen. Verdachte maakte gebruik van zijn zwijgrecht, en er waren geen feiten die tot een ander oordeel leidden. Daarom wees het hof het hoger beroep af en bevestigde de voorlopige hechtenis.

Uitkomst: Het gerechtshof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis wegens bezit van vuurwapens.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: AVNR. [nummer]
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Oost-Brabant van 22 december 2017, waarbij namens:

[verdachte]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]
Thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in [detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 20 december 2017, bij welke beschikking de gevangenhouding van [verdachte] werd bevolen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen het bevel gevangenhouding.
Het hof heeft gehoord de verdachte en zijn raadsman, alsmede de advocaat-generaal.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat in de woning van verdachte twee vuurwapens met munitie zijn aangetroffen, één in een jas die op de kapstok hing en één op de slaapkamer van verdachte, onder het matras. Het wapen in de jas was doorgeladen. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat er voldoende ernstige bezwaren zijn jegens verdachte terzake van het voorhanden hebben van vuurwapens met munitie.
Het hof stemt ook in met de recidivegrond als grondslag voor de voorlopige hechtenis. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen voor overtreding van de Wet Wapens en Munitie en daar ook voor veroordeeld is. Voorts heeft het hof acht geslagen op de omstandigheden waaronder de vuurwapens zijn aangetroffen. Het hof leidt hieruit af dat verdachte kennelijk in een situatie verkeert waarin een schietklaar vuurwapen nodig wordt geacht, een situatie die naar het oordeel van het hof reden geeft ernstig te vrezen dat verdachte wanneer hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, zich schuldig zal maken aan een strafbaar feit als bedoeld in artikel 67a lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, meer in het bijzonder een feit waardoor de gezondheid en/of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn het hof niet gebleken, onder meer niet nu verdachte zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Het hof wijst af het beroep.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.
Bevestigt de beschikking waarvan beroep.
Aldus gedaan op 18 januari 2018
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. I.H.M. Fluitsma, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 18 januari 2018
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]