ECLI:NL:GHSHE:2018:814

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 februari 2018
Publicatiedatum
27 februari 2018
Zaaknummer
000090-18
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep toegewezen tegen afwijzing opheffing voorlopige hechtenis medeplegen doodslag

Verdachte was in voorlopige hechtenis gesteld wegens het medeplegen van doodslag. Hij verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om opheffing van deze voorlopige hechtenis, maar dit verzoek werd op 11 januari 2018 afgewezen.

Verdachte stelde in hoger beroep dat hij niet het opzet had op de dood van het slachtoffer en dat hij handelde uit noodweer of subsidiair noodweerexces, waardoor er onvoldoende ernstige bezwaren zouden zijn tegen hem. De advocaat-generaal voerde daartegen aan dat wel voldoende ernstige bezwaren aanwezig zijn.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het dossier bestudeerd, de advocaat-generaal en verdachte gehoord, en geoordeeld dat op basis van de beschikbare stukken onvoldoende ernstige bezwaren aanwezig zijn voor de voorlopige hechtenis. Het hof heeft daarom het hoger beroep toegewezen, de beslissing van de rechtbank vernietigd en de voorlopige hechtenis opgeheven, met onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte tot gevolg.

Uitkomst: Het gerechtshof heeft het hoger beroep toegewezen en de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: [nummer]
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 januari 2018, waarbij namens:

[verdachte]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [adres]
thans verblijvende in [detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 januari 2018, bij welke beslissing het verzoek tot opheffing van de aan [verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd afgewezen.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, welke afwijzing is gegeven tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.
Verdachte wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan (medeplegen van) doodslag.
Namens verdachte is betoogd dat verdachte niet het opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer en voorts dat hij heeft gehandeld uit noodweer subsidiair noodweerexces, weshalve er geen sprake zou zijn van voldoende ernstige bezwaren.
De advocaat-generaal heeft de stellingen van de raadsman weersproken en geconcludeerd dat er wel sprake is van voldoende ernstige bezwaren.
Het hof overweegt als volgt.
Ten aanzien van de tenlastegelegde (medeplegen van) doodslag acht het hof op basis van de thans voorhanden zijnde stukken onvoldoende ernstige bezwaren aanwezig.
Het hof wijst derhalve toe het hoger beroep.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst toe het hoger beroep.
Vernietigt de beslissing waarvan beroep.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.
Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.
Aldus gedaan op 22 februari 2018
door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. J.P.F. Rijken en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. A.G.A. Aben, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 22 februari 2018
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]