Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/278079/HA ZA 14-338)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven (waarbij [appellante] het procesdossier van de eerste aanleg heeft overgelegd);
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij alleen [appellante] is verschenen en een pleitnota heeft overgelegd.
3.De beoordeling
Waarschuwing [de vennootschap 3] koekenpannen(cva, prod. 1). Het bericht behelsde, samengevat, de boodschap dat er niet-originele [de vennootschap 3] koekenpannen onder de naam [de vennootschap 3] illegaal via de winkels van [winkelketen 1] en [winkelketen 2] op de Nederlandse markt worden verkocht en dat [de vennootschap 3] de kwaliteit van die pannen niet kan waarborgen en er geen garantie op geeft. Een bericht van gelijke strekking is per brief van 2 oktober 2013 gestuurd naar [winkelketen 1] .
wanneer de gemeenschapsmarkt van de betrokken producten wordt gekenmerkt door een oligopolistische structuur of door een merkbaar verschil tussen de prijzen van de contractproducten binnen en buiten de Gemeenschap, en wanneer het verbod, gelet op de positie van de leverancier van de betrokken producten en de omvang van de productie en de verkopen in de lidstaten, een gevaar van merkbare beïnvloeding van het handelsverkeer tussen de lidstaten in zich bergt, dat schadelijk kan zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke markt”.[appellante] miskent in (met name) de pleitnota (46) dat een verplichting als door het Hof vastgesteld in rov. 3.6.1 alleen onder het verbod van artikel 101 lid 1 VWEU Pro kan vallen indien sprake is van omstandigheden en gevolgen als door het Hof van Justitie overwogen en beslist in het arrest Javico/Yves St. Laurent (rov. 28 en het dictum onder 1), waarover [appellante] in het geheel niets heeft gesteld.
4.De uitspraak
G. van der Wal en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 februari 2018.