Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 5236805 CV EXPL 16-6740)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [juweliers] verleende verstek;
- de memorie van grieven met drie producties.
3.De beoordeling
- [appellant] heeft als consument op 4 oktober 2015 via de veilingsite Catawiki een gouden ring met diamant gekocht van [juweliers] .
- [appellant] diende in verband met deze aankoop een bedrag van € 1.974,50 te voldoen, bestaande uit een koopsom van € 1.800,--, veilingkosten van € 162,50 en verzendkosten van € 12,50. [appellant] heeft het door hem verschuldigde totaalbedrag voldaan op 6 oktober 2015.
- [juweliers] heeft de ring op 6 oktober 2015 per aangetekende brief aan [appellant] verzonden. Volgens het door [juweliers] als productie 4 bij de conclusie van dupliek overgelegde overzicht “Tracking gebeurtenissen” is de zending op zaterdag 10 oktober 2015 bij [appellant] bezorgd.
- Bij e-mail van 10 oktober 2015 heeft [appellant] aan [juweliers] meegedeeld dat hij het pakket heeft ontvangen, dat er een scheur in de envelop zat die met plakband was dichtgeplakt en dat hij na het openen van de envelop in het bijzijn van een postbeambte heeft geconstateerd dat de envelop leeg was.
- een hoofdsom van € 1.974,50, vermeerderd met de Duitse wettelijke rente (5% bovenop de basisrente) over dat bedrag vanaf 6 oktober 2015;
- € 255,85 ter zake buitengerechtelijke kosten.
- Op het geschil tussen partijen is Duits recht van toepassing (rov. 4.1 en 4.2).
- Het risico dat de zaak in de periode tussen de verzending en de ontvangst kwijt raakt of gestolen wordt, ligt bij [juweliers] (rov. 4.3, tweede volzin).
- [appellant] heeft zijn stelling dat de ring bij ontvangst van de envelop niet in de envelop zat, echter onvoldoende onderbouwd, zodat die stelling niet is komen vast te staan. De vordering moet daarom worden afgewezen (rov. 4.3, derde volzin en verder).
- de als productie 1 bij de memorie van grieven overgelegde foto van de envelop, zoals die volgens [appellant] na het toevoegen van de handgeschreven opmerkingen van [appellant] en van de postbode is gefotografeerd op de plastic kist van de postbode;
- een schriftelijke verklaring van de postbode (Frau [postbode] ) van 18 juli 2017 (prod. 2 bij de memorie van grieven);
- een schriftelijke verklaring van de medewerkster ( [getuige] ) van het restaurant van [appellant] (prod. 3 bij de memorie van grieven);
- de door [juweliers] als productie bij de conclusie van antwoord overgelegde foto van de envelop, waarop de sticker met de tekst
4.De uitspraak
- veroordeelt [juweliers] om aan [appellant] € 1.974,50 te betalen, vermeerderd met de Duitse wettelijke rente (5% bovenop de basisrente) over dat bedrag vanaf 6 oktober 2015;
- veroordeelt [juweliers] om aan [appellant] € 255,85 te betalen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- veroordeelt [juweliers] in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter en begroot die kosten aan de zijde van [appellant] tot op heden op € 99,08 aan dagvaardingskosten, € 223,-- aan griffierecht en op € 300,-- aan salaris gemachtigde;