ECLI:NL:GHSHE:2018:881
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging onredelijk bezwarende opzegtermijn in algemene voorwaarden bij beëindiging accountantsopdracht
In deze zaak staat de beëindiging van een accountantsopdracht centraal waarbij de opdrachtgever en opdrachtnemer verschillen van mening zijn over de toepasselijkheid en redelijkheid van een opzegtermijn van een jaar, opgenomen in de algemene voorwaarden van de opdrachtnemer.
De opdrachtnemer, een accountantskantoor, had aan de opdrachtgever een opdrachtbevestiging gestuurd met daarin een opzegtermijn van een jaar. De opdrachtgever maakte echter al na enkele maanden gebruik van het recht om de opdracht te beëindigen, zonder de volledige opzegtermijn in acht te nemen. De opdrachtnemer vorderde betaling van de maandbedragen over de opzegtermijn, maar de opdrachtgever stelde dat de overeenkomst voor bepaalde tijd was en dat de opzegtermijn onredelijk bezwarend was.
Het hof oordeelde dat het beding met de opzegtermijn van een jaar onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 sub a BW Pro, omdat het bij een opdracht van beperkte omvang en duur onredelijk is een opzegtermijn van een jaar te eisen. Het hof vernietigde het beding en oordeelde dat de overeenkomst rechtsgeldig was geëindigd per 31 december 2014. De vordering van de opdrachtnemer tot betaling van de maandbedragen na die datum werd afgewezen. Het tussenvonnis werd bekrachtigd en de opdrachtnemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het beding met de opzegtermijn van een jaar als onredelijk bezwarend en wijst de vordering tot betaling na 31 december 2014 af.