Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.De vennootschap onder firma [V.O.F.] V.O.F.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4430336 \ CV EXPL 15-8911)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven in principaal hoger beroep met zes producties;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met één productie;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met vier producties.
3.De beoordeling
- [de vennootschap] exploiteert een hotel in [plaats] .
- [V.O.F.] V.O.F. (hierna: [V.O.F.] ) organiseert onder de namen “ [naam activiteiten 1] ” en “ [naam activiteiten 2] ” outdoor- en indooractiviteiten voor groepen.
- [de vennootschap] en [V.O.F.] hebben in 2014 overleg gevoerd over het gebruik maken door [V.O.F.] van een zaal in het hotel van [de vennootschap] voor haar activiteiten.
- Bij e-mail van 3 augustus 2014 heeft [V.O.F.] aan [de vennootschap] onder meer het volgende meegedeeld:
- [de vennootschap] heeft aan [V.O.F.] over de maanden oktober 2014 tot en met mei 2015 acht (maand)facturen gezonden ten bedrage van € 1.845,25 inclusief btw (€ 1.525,-- exclusief btw). Het gefactureerde bedrag bestaat uit drie deelposten: € 50,-- exclusief btw, € 475,-- exclusief btw en € 1.000,-- exclusief btw. Over de periode vóór november 2014 had [de vennootschap] aanvankelijk de post van € 475,-- exclusief per maand (ter zake energiekosten) niet in rekening gebracht. [de vennootschap] heeft facturen van 10 november 2014 overgelegd waarbij dit bedrag ter zake de maanden september 2014 en oktober 2014 alsnog in rekening is gebracht.
- [V.O.F.] heeft naar aanleiding van de verzonden facturen betalingen aan [de vennootschap] gedaan.
- Bij e-mail van 24 maart 2015 hebben [V.O.F.] c.s. aan [de vennootschap] onder meer het volgende meegedeeld:
- Aansluitend op deze e-mail heeft [V.O.F.] aan [de vennootschap] een factuur van 23 maart 2015 doen toekomen. Door middel van die factuur heeft [V.O.F.] aan [de vennootschap] onder de omschrijving ‘correctie samenwerking 28,57%’ € 10.544,52 inclusief btw in rekening gebracht, bestaande uit acht bedragen van € 1.318,07 (naar het hof begrijpt betreft dit de volgens [V.O.F.] over de acht maanden van augustus 2014 tot en met maart 2015 te veel in rekening gebrachte bedragen).
- Bij brief van 24 april 2015 heeft de (toenmalige) advocaat van [de vennootschap] aan [V.O.F.] onder meer het volgende meegedeeld.
- Op 8 mei 2015 heeft [V.O.F.] aan [de vennootschap] € 239,20 voldaan onder vermelding van ‘verrekening wederzijdse facturen’.
- De advocaat van [de vennootschap] heeft [V.O.F.] bij brief van 13 mei 2015 nogmaals tot betaling van de onbetaald gelaten facturen van [de vennootschap] gesommeerd.
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 januari 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 januari 2015;
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 februari 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 februari 2015;
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 maart 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 maart 2015;
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 april 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 april 2015;
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 mei 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 mei 2015;
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 juni 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 juni 2015;
- € 3.293,76 ter zake de factuur d.d. 3 november 2014, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 14 november 2014
- € 564,45 ter zake de factuur d.d. 3 maart 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 14 maart 2015;
- € 1.866,21 ter zake de factuur d.d. 31 januari 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 10 februari 2015;
- € 674,55 ter zake de factuur d.d. 5 februari 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 16 februari 2015;
- € 416,65 ter zake de factuur d.d. 22 april 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 3 mei 2015;
- De overeenkomst die de partijen over het gebruik van de zaal hebben gesloten, moet worden gekwalificeerd als een huurovereenkomst (rov. 4.2).
- Omdat [V.O.F.] de facturen over de periode tot januari 2015 heeft voldaan, moet ervan worden uitgegaan dat de daarbij in rekening gebrachte maandbedragen tussen partijen zijn overeengekomen (rov 4.3).
- De huurovereenkomst is per 1 juni 2015 geëindigd, zodat [V.O.F.] aan [de vennootschap] de huurbedragen (hof: in totaal € 1.050,-- exclusief btw, dus € 1.270,50 inclusief btw per maand) over de maanden januari tot en met mei 2015 nog moet voldoen (rov. 4.4, eerste deel).
- Omdat [V.O.F.] het gehuurde medio april 2015 heeft ontruimd, hoeft zij de energiekosten (hof: het bedrag van € 475,-- exclusief btw per maand) vanaf medio april 2015 niet langer te voldoen (rov. 4.4, tweede deel).
- [de vennootschap] heeft haar vordering ter zake food and beverages onvoldoende onderbouwd, zodat die vordering moet worden afgewezen (rov. 4.5).
- Ter zake buitengerechtelijke kosten is een bedrag van € 793,21 toewijsbaar (rov. 5).
- De vordering van [V.O.F.] in reconventie ten bedrage van € 4.217,44 is onvoldoende onderbouwd en moet daarom worden afgewezen (rov. 5.1).
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 januari 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 januari 2015;
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 februari 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 februari 2015;
- € 1.845,25 ter zake van de factuur d.d. 1 maart 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 maart 2015;
- € 1.557,88 ter zake van de factuur d.d. 1 april 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 april 2015;
- € 1.270,50 ter zake van de factuur d.d. 1 mei 2015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 mei 2015.
- het alsnog geheel afwijzen van de vorderingen van [de vennootschap] in conventie;
- veroordeling van [de vennootschap] om al hetgeen [V.O.F.] c.s. op grond van het vonnis aan [de vennootschap] hebben voldaan, zijnde € 11.608,45, aan [V.O.F.] c.s. terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;
- veroordeling van [de vennootschap] in reconventie om aan [V.O.F.] € 4.217,44 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 maart 2015;
- In de e-mail van 3 augustus 2014 heeft [V.O.F.] aan [de vennootschap] voorgesteld
- Dat [de vennootschap] zich er op voorhand toe heeft verbonden om na enkele maanden in te stemmen met een verlaging van de maandelijkse vergoeding met terugwerkende kracht indien bepaalde resultaten daar aanleiding voor zouden geven, ligt niet voor de hand en is kennelijk nergens schriftelijk vastgelegd of bevestigd.
- In de e-mail van 3 augustus 2014, waarin [V.O.F.] aan [de vennootschap] concrete voorstellen heeft gedaan over de voorwaarden voor de huur van de zaal, is niets opgenomen over een boven de huur van omstreeks € 1.000,-- per maand nog te betalen substantiële vergoeding voor het verbruik van energie.
- Tussen partijen staat vast dat [de vennootschap] aan [V.O.F.] gedurende de eerste maanden na 1 augustus 2014 aanvankelijk alleen de huur van € 1.050,-- exclusief btw, en niet een bedrag ter zake energiekosten in rekening heeft gebracht. Pas in november 2014 heeft [de vennootschap] de facturering aangepast. Zo zijn bij de als productie 9 bij de conclusie van repliek overgelegde facturen van 10 november 2014 alsnog energiekosten over september en oktober 2014 in rekening gebracht.
- Dat [V.O.F.] ooit heeft ingestemd met betaling van een afzonderlijk bedrag aan energiekosten is niet schriftelijk vastgelegd.
- A. € 3.293,76 ter zake de factuur d.d. 3 november 2014
- B. € 1.866,21 ter zake de factuur d.d. 31 januari 2015;
- C. € 674,55 ter zake de factuur d.d. 5 februari 2015;
- D. € 564,45 ter zake de factuur d.d. 3 maart 2015;
- E. € 416,65 ter zake de factuur d.d. 22 april 2015.