ECLI:NL:GHSHE:2019:1145

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 maart 2019
Publicatiedatum
26 maart 2019
Zaaknummer
200.249.718_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 RvArt. 250 lid 2 RvArt. 250 lid 4 RvArt. 1019h Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afstand van instantie en proceskostenveroordeling in hoger beroep kort geding

In deze zaak stond een hoger beroep in kort geding centraal, waarin appellanten afstand van instantie deden conform artikel 249 Rv Pro. Het hof stelde vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor afstand van instantie was voldaan en verleende daartoe akte, waarmee de instantie werd beëindigd.

Geïntimeerden accepteerden het aanbod tot intrekking van de procedure onder vergoeding van kosten en vorderden daarnaast betaling van advocaatkosten op grond van artikel 1019h Rv. Hoewel appellanten op grond van artikel 249 lid 2 Rv Pro verplicht zijn deze kosten te vergoeden, wees het hof de proceskostenveroordeling af omdat geïntimeerden niet eerst appellanten schriftelijk hadden aangemaand tot betaling, zoals vereist is voor het uitvaardigen van een bevelschrift ex artikel 250 lid 4 Rv Pro.

Het hof verwees naar de procedurele vereisten en stelde dat pas bij uitblijven van betaling buiten deze procedure om een bevelschrift kan worden aangevraagd. De uitspraak bevestigt het belang van correcte procedurele stappen bij afstand van instantie en proceskostenveroordelingen in hoger beroep.

Uitkomst: Het hof verleent akte van afstand van instantie en wijst de proceskostenveroordeling af wegens het ontbreken van een voorafgaande aanmaning.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.249.718/01
arrest van 26 maart 2019
in de zaak van

1.Eurocoin Gaming B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
Novomatic Services NL B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3.
de rechtspersoon naar het recht van Oostenrijk Novomatic AG,gevestigd te [vestigingsplaats] , Oostenrijk,
4.
Novamatic Netherlands B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. M.A. Mak te Alkmaar,
tegen

1.de vennootschap naar buitenlands recht Digitus LTD,tevens handelend onder de naam Betsoft Gaming Limited,gevestigd te [vestigingsplaats] , Cyprus,

2.
[geintimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] , Mexico,
geïntimeerden,
advocaat: mr. E.C. Menkhorst te Zeist,
op het bij exploot van dagvaarding van 30 augustus 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 7 augustus 2018, gewezen tussen onder meer appellanten als gedaagden en geïntimeerden als eisers.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/346873 / KG ZA 18-420)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de akte afstand van instantie (artikel 249 Rv Pro) van appellanten met producties;
  • de ambtshalve door de rolraadsheer verleende akte niet-dienen van grieven;
  • de akte afstand van instantie (artikel 249 Rv Pro) overlegging volledige volmacht;
  • de antwoordakte afstand van instantie, tevens houdende akte overlegging productie van geïntimeerden.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3.De beoordeling

3.1.
Zoals uit het verloop van de procedure blijkt, hebben appellanten een akte afstand van instantie genomen en de bijzondere volmachten in het geding gebracht die in dit geval op grond van het bepaalde in artikel 250 lid 2 Rv Pro zijn vereist. Aangezien is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt aan afstand van instantie, zal het hof akte verlenen van de afstand van instantie.
3.2.
Geïntimeerden geven in hun antwoordakte te kennen dat zij het aanbod van appellanten tot intrekking van de procedure onder vergoeding van haar kosten accepteert. Zij brengen een specificatie in het geding van hun advocaatkosten die in het kader van dit hoger beroep zijn gemaakt. Geïntimeerden verzoeken het hof op grond van artikel 1019h Rv om appellanten – naast de betaalde griffierechten – ook tot terugbetaling van dit bedrag te veroordelen.
3.3.
Hoewel appellanten ingevolge artikel 249 lid 2 Rv Pro verplicht zijn de proceskosten van geïntimeerden te betalen, is voor een proceskostenveroordeling in deze procedure geen plaats. Ingevolge artikel 250 lid 4 Rv Pro vaardigt de rechter ter zake de betaling van de kosten op verlangen van de gedaagde een bevelschrift uit. Alvorens echter een dergelijk bevelschrift kan worden uitgevaardigd, dienen geïntimeerden appellanten aan te schrijven tot voldoening van deze kosten. Eerst als betaling uitblijft, kan – los van de onderhavige procedure – een bevelschrift worden gevraagd (vgl. Van Dam-Lely, in T&C Burgerlijke Rechtsvordering, art. 250 Rv Pro, aant. 2 sub d). Omdat het hof niet van een dergelijke aanschrijving is gebleken, kan thans nog geen bevelschrift worden uitgevaardigd.

4.De uitspraak

Het hof:
verleent akte van de afstand van instantie en verstaat dat de instantie is geëindigd.
Dit arrest is gewezen door mr. S.M.A.M. Venhuizen, rolraadsheer, en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 maart 2019.
griffier rolraadsheer