Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het arrest van 27 juni 2017 in het incident tot voeging, waarbij het verzoek tot voeging is afgewezen;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
6.De beoordeling
Aldus doende oordeelt het hof als volgt.
Daaraan voegt het hof toe dat de enkele niet onderbouwde stellingen dat subsidiegelden voor andere doelen zijn aangewend en dat vrijwel al het subsidiegeld ontvangen van het Ministerie van OC&W spoorloos zijn verdwenen, door [geïntimeerde] gemotiveerd zijn weersproken en ook door het hof worden verworpen. Uit de eigen stellingen van SVGK (i.l.) blijkt dat alle ontvangen subsidiegelden door SVGK zijn doorbetaald aan BPG. Dat dit zonder recht of titel zou zijn gebeurd, als door SVGK (i.l.) gesteld, is het hof niet gebleken. SVGK (i.l.) heeft niet betwist (in tegendeel) dat alle hiervoor onder 6.1.b) en d) genoemde projecten, waarvoor subsidiegelden aan SVGK (i.l.) zijn verstrekt, na ontvangst van die subsidiegelden ook werkelijk door BPG zijn uitgevoerd (in elk geval totdat [lid van het bestuur van SGVK 1] zelf namens SVGK op 22 mei 2013 de Minister verzocht de subsidie te beëindigen). Ook niet weersproken is de door [geïntimeerde] overgelegde verklaring van de curator in het faillissement van BPG, mr. Deterink, dat de heer [medewerker van het Ministerie OC&W] van het Ministerie aan hem, de curator, heeft bevestigd dat de aan SVGK ter beschikking gestelde subsidie met toestemming van het Ministerie werd doorbetaald aan BPG, omdat die de projecten uitvoerde.
Door SVGK (i.l.) zijn verder geen (voldoende onderbouwde) feiten of omstandigheden gesteld, die, indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden, zodat haar bewijsaanbod (dat bovendien in algemene bewoordingen is gesteld) als niet relevant gepasseerd wordt.
7.De uitspraak
- bekrachtigt het bestreden vonnis van 15 februari 2017;
- veroordeelt SVGK (i.l.) in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 1.628,= aan griffierecht en op € 11.757,= (3 x tarief VI) aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.