Uitspraak
[de rechtspersoon naar buitenlands recht 1],
9.Het verdere geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 22 mei 2018;
- de akte indiening productie tevens bericht afzien van getuigenverhoor en deskundigenbericht van CC van 29 oktober 2018 met productie 36 (hierna ook de akte afzien);
- de akte uitlating producties van [appellante] van 29 oktober 2018 (hierna de antwoordakte);
- het proces-verbaal van getuigenverhoor in contra-enquête van 29 oktober 2018;
- de memorie na niet gehouden enquête van CC van 27 november 2018 (hierna de memorie);
- de memorie na niet gehouden enquête en na contra-enquête van [appellante] van 27 november 2018 (hierna de memorie contra-enquête);
- de antwoordmemorie na niet gehouden enquête van CC van 8 januari 2019 (hierna de antwoordmemorie);
- de memorie van antwoord na niet gehouden enquête en na contra-enquête van [appellante] van 8 januari 2019 (hierna de memorie van antwoord).
10.De verdere beoordeling
vernomen dat het horen van mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] niet mogelijk is”, als ook af te zien van het voorgestelde deskundigenonderzoek.
I [de getuige aan de zijde van geintimeerde] , declare that I did receive all the documents send in the skype batch (together with the signed general terms) as 1 batch and that is the reason why I expected the signature to be Mrs. [getuige]”.
Deze getuige heeft onder meer als volgt verklaard:
Ik werkte in 2014 voor [appellante] en was hun wettelijk vertegenwoordiger als statutair bestuurder.
[e-mailadres]en dat [getuige] de bestelling op het bureau van [medewerker bestellingen] heeft zien liggen, hetgeen de ontvangst van de voorwaarden bevestigt, en voorts wederom gewezen op de verklaring van mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] en hetgeen ter zake al is betoogd. Aldus is genoegzaam gebleken volgens CC, althans dat er een redelijke mate van zekerheid is, dat de stempel en handtekening op de algemene voorwaarden afkomstig zijn van [appellante] . De stellingen van [appellante] ter zake dienen te worden verworpen.
[appellante] heeft in dat kader een – naar eigen zeggen - kopie van een identiteitsbewijs van mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] overgelegd, en betoogd dat de verklaring van mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] vrije bewijskracht heeft.
De verklaring van mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] dient dan ook – zoal inderdaad opgesteld door mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] , waar het hof voorshands gemakshalve vanuit gaat - met de nodige voorzichtigheid te worden gehanteerd.
Door CC is een afschrift van een mail van 10 april 2014 van mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] als productie 34 bij akte van 6 februari 2018 in het geding gebracht, waarmee volgens CC mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] destijds de van [appellante] ontvangen voorwaarden aan CC doorzond.
In ieder geval is klaarblijkelijk in 2014 op dit punt geen mail van [appellante] door mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] doorgezonden aan CC, ook geen mail die gericht was aan CC en c.c. door mevrouw [de getuige aan de zijde van geintimeerde] / [bedrijf] Design gelijktijdig zou zijn ontvangen.
Dat mogelijk dan wel waarschijnlijk de bedrijfsstempel van [appellante] is gebruikt op de voorwaarden - de verklaring van [getuige] ter zake was aanvankelijk stellig op dit punt – is niet genoeg om aan te nemen dat rechtsgeldig (door een bevoegde persoon), althans daadwerkelijk door [appellante] de voorwaarden zijn ondertekend in 2014. Het beoordelingskader laat niet toe dat er een mate van twijfel en onduidelijkheid blijft bestaan als in deze zaak nog steeds aan de orde.
11.De uitspraak
€ 2.051,07 ter zake verschotten en € 4.868,50 ter zake salaris advocaat;