ECLI:NL:GHSHE:2019:1252
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing en specificatie plaats pleeggezin
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarbij een machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind is verleend aan de Gecertificeerde Instelling (GI). De minderjarige staat sinds 2014 onder toezicht en is sindsdien met machtiging uit huis geplaatst, waarbij de plaatsing jaarlijks werd verlengd en later omgezet naar deeltijd pleegzorg.
De vader trok zijn eerste grief in, waarmee hij het verlenen en de duur van de machtiging accepteerde, maar verzocht specifiek te bepalen dat de machtiging slechts geldt voor het pleeggezin waar het kind momenteel verblijft. Hij wil voorkomen dat het kind naar een ander perspectiefbiedend pleeggezin wordt geplaatst voordat duidelijk is wanneer hij zelf het kind kan opnemen.
De GI verzocht om bekrachtiging van de beschikking en benadrukte het belang van snel duidelijkheid voor het kind en het zoeken naar een perspectiefbiedend pleeggezin. Het hof oordeelde dat de keuze voor het pleeggezin in beginsel aan de GI toekomt en dat het niet in het belang van het kind is om een eventuele doorplaatsing te blokkeren. Het verzoek van de vader werd afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek van de vader af om de plaatsing te beperken tot het huidige pleeggezin.