Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het V-formulier van de advocaat van de vader van 11 juli 2017 met als bijlage het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 27 februari 2017;
- het V-formulier van de advocaat van de vader van 18 januari 2018 met producties;
- het V-formulier van de voormalige advocaat van de moeder van 26 januari 2018 met producties.
5februari 2018 staat vermeld). Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de vader, bijgestaan door mr. R. Wouters, waarnemend advocaat voor mr. N. Wouters;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad 1] .
- de brief van de advocaat van de vader van 12 juni 2018;
- de brief van de moeder van 26 oktober 2018.
3.De beoordeling
.
- [de minderjarige 2] heeft dyslectie. De vader wil graag inspraak over behandelingen;
- De keuze van de middelbare school van [de minderjarige 1] is gemaakt door de moeder. De vader is hierbij wel naar zijn voorkeur gevraagd, maar uiteindelijk is gekozen voor een andere school;
- [de minderjarige 1] zit op tennis, maar wil liever met zijn vader de vechtsport Pecak-Silat beoefenen;
- [de minderjarige 2] wordt teveel belast omdat zij vier keer per week balletlet volgt. De vader zou graag zien dat de balletlessen worden beperkt;
- het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust;
- het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden;
- in het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen;
- het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, waaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen;
- de rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.
4.De beslissing
- er voor zorgdraagt dat de bijzondere curator de beschikking krijgt over de actuele adresgegevens van de belanghebbenden (en eventueel te benaderen derden);
- er voor zorgdraagt dat de bijzondere curator de beschikking krijgt over de processtukken;
- een afschrift van het rapport van de bijzondere curator te zijner tijd aan partijen en de raad zal toezenden;
- bepaalt dat partijen en de raad tot uiterlijk twee weken na toezending van het verslag van de bijzondere curator schriftelijk aan het adres van het hof kunnen reageren.
pro forma aan tot 12 april 2019.