Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2017 (hierna te noemen: [minderjarige] ).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de ouders tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kind, die sinds twee maanden oud onafgebroken in een netwerkpleeggezin verblijft bij de pleegmoeder, de oma aan vaderszijde. De ouders zijn het erover eens dat het kind niet bij de moeder kan opgroeien, maar stellen dat de vader, die inmiddels begeleiding krijgt en een agressieregulatietraining heeft gevolgd, het kind op termijn veilig kan opvoeden.
De gecertificeerde instelling (GI) voert aan dat de ouders lange tijd geen initiatief hebben getoond en dat het traject met de jongere zoon van de ouders, waarbij de vader begeleid woont in een 24-uurs voorziening, nog in een beginfase verkeert. Voor de minderjarige is de termijn van onzekerheid over haar perspectief verstreken, waardoor zij niet kan wachten op het ingroeitraject.
Het hof overweegt dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging uithuisplaatsing zijn vervuld. Het kind is zeer gehecht aan de pleegmoeder en zal therapie krijgen vanwege haar eenkennigheid. Het traject van de vader met zijn jongere zoon vraagt veel van hem, waardoor het niet in het belang van de minderjarige is om haar nu bij de vader in de 24-uurs setting op te nemen.
Daarom wordt de bestreden beschikking van de rechtbank, die de machtiging tot uithuisplaatsing heeft verlengd tot 10 oktober 2019, bekrachtigd. Het beroep van de ouders wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het beroep van de ouders wordt afgewezen.