Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige](ook te noemen: [minderjarige] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, die sinds november 2017 onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling (GI). De moeder betoogt dat zij een veilige en stabiele opvoedomgeving kan bieden met passende hulpverlening en verzoekt om afwijzing van de verlenging.
De GI stelt dat de moeder door haar problematiek niet in staat is de noodzakelijke grenzen en structuur te bieden, wat leidt tot onveilige omstandigheden voor de minderjarige. De minderjarige vertoont zorgelijk gedrag en ervaart sinds de uithuisplaatsing meer rust en veiligheid. De moeder weigert echter adequate hulpverlening voor haar eigen lichamelijke en psychische problemen.
Het hof oordeelt dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging is voldaan. De moeder moet eerst haar eigen situatie verbeteren voordat terugplaatsing verantwoord is. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom bekrachtigd. De moeder is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, maar de minderjarige is gehoord en heeft zijn mening kenbaar gemaakt.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd.