ECLI:NL:GHSHE:2019:1481
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met vaststelling draagkracht man
In deze zaak staat de vraag centraal of de man draagkracht heeft om partneralimentatie aan de vrouw te betalen na hun echtscheiding. De rechtbank wees het verzoek van de vrouw af wegens gebrek aan draagkracht bij de man. In hoger beroep betwist de vrouw deze draagkrachtberekening, met name de wijze waarop rekening is gehouden met hypotheekaflossingen en woonlasten.
Het hof stelt vast dat partijen zijn overeengekomen uit te gaan van een winst uit onderneming van €71.830 per jaar. De man voert aan dat de hypotheekaflossingen via de onderneming lopen en dat de winst daardoor moet worden gecorrigeerd. Het hof concludeert op basis van de jaarrekening en kasstroomoverzicht dat de negatieve kasstroom beperkt is en geen aanleiding geeft tot correctie van de winst.
Ten aanzien van de woonlasten oordeelt het hof dat rekening wordt gehouden met een huurlast van €1.050 per maand, conform eerdere voorzieningen, ondanks dat de man een duurdere woning heeft gekocht. De hogere woonlasten zijn voor eigen rekening en risico van de man. Gelet op het netto besteedbaar inkomen en de lasten, komt het hof tot een draagkracht van €2.165 per maand, waarvan 60% beschikbaar is voor partneralimentatie. Na aftrek van kinderalimentatie en fiscaal voordeel bepaalt het hof de partneralimentatie op €566 per maand vanaf 28 mei 2018, met indexering naar €577,32 vanaf 1 januari 2019.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het partneralimentatie betreft en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man partneralimentatie betaalt van €566 per maand vanaf 28 mei 2018, oplopend naar €577,32 vanaf 1 januari 2019.