Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De gemeente Meierijstad heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de vaststelling van een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2010. De discussie betrof of de door de gemeente gebruikte goederen en diensten voor het jongerencentrum [D] geheel of gedeeltelijk buiten het kader van haar onderneming vielen, en of de vrijstelling van BTW van toepassing was.
Het hof oordeelde dat de verkoop van consumpties en verhuur van de muziekruimte tegen vergoeding economische activiteiten zijn en dus ondernemingsactiviteiten voor de omzetbelasting. Hierdoor is geen recht op BTW-compensatie voor deze activiteiten. De overige activiteiten, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin en gratis georganiseerde activiteiten, worden anders dan in het kader van een onderneming verricht, maar zouden bij ondernemersvrijstelling onder artikel 11 Wet Pro OB vallen, waardoor ook hiervoor geen BTW-compensatie mogelijk is.
Het hof verwierp het standpunt van de gemeente dat de investeringen in isolatie en zonwering ten behoeve van het bestemmingsplan met nieuwbouw waren gedaan. De investeringen waren uitsluitend voor het jongerencentrum. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het griffierecht en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.