Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
geentermijn is gegund om op het rapport te kunnen reageren.’
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een vennootschap onder firma actief in de handel van computers en software, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2014 met een boete en belastingrente. Na bezwaar en een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin de boete werd vernietigd maar de aanslag werd bevestigd, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
Het geschil betrof de vraag of het verdedigingsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 41 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, was geschonden doordat belanghebbende onvoldoende gelegenheid zou hebben gehad om haar zienswijze te geven voorafgaand aan de naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde onder meer dat zij de aanbiedingsbrief bij het controlerapport niet had ontvangen en dat essentiële informatie pas na het opleggen van de aanslag beschikbaar was gesteld.
Het Hof oordeelde dat het verdedigingsbeginsel niet was geschonden. Het achtte aannemelijk dat belanghebbende het controlerapport en de aanbiedingsbrief gelijktijdig had ontvangen en dat de termijn van veertien dagen om te reageren voldoende was. Daarnaast rustte geen algemene verplichting op de Inspecteur om alle onderliggende documenten uit eigen beweging te verstrekken. Belanghebbende had de mogelijkheid om toegang tot het dossier te vragen, wat zij niet tijdig had gedaan.
Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van het griffierecht door belanghebbende afgewezen en werden geen proceskosten aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag en wijst het beroep op schending van het verdedigingsbeginsel af.