ECLI:NL:GHSHE:2019:1619
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet-bewoning door huurder
De Regionale Woningbouwvereniging Samenwerking (RWS) had een huurovereenkomst gesloten met [geïntimeerde 1] voor een woning te [woonplaats]. RWS stelde dat [geïntimeerde 1] sinds januari 2017 niet meer in de woning woonde, terwijl zij de huurovereenkomst niet had opgezegd. RWS vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
In eerste aanleg werd de vordering afgewezen omdat RWS onvoldoende had onderbouwd dat [geïntimeerde 1] niet meer woonde. In hoger beroep overwoog het hof dat uit gemeentelijke inschrijvingsgegevens en een bevolkingscontrole bleek dat [geïntimeerde 1] sinds januari 2017 was uitgeschreven en niet meer in de woning verbleef. Haar eerdere betwisting werd onvoldoende gemotiveerd geacht.
Het hof oordeelde dat [geïntimeerde 1] tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst, waaronder de verplichting de woning als hoofdverblijf te gebruiken. Dit rechtvaardigde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, wees de vorderingen van RWS toe en veroordeelde [geïntimeerde 1] tot ontruiming binnen 14 dagen, met veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens niet-bewoning en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen.