ECLI:NL:GHSHE:2019:1655

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 mei 2019
Publicatiedatum
2 mei 2019
Zaaknummer
200.236.496_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:212 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag bijzondere curator in geschil over gezag en omgangsregeling

In deze zaak in hoger beroep tussen de vader en de moeder over gezag en omgangsregeling heeft het hof de bijzondere curator ontslagen van haar taak. De bijzondere curator was ambtshalve benoemd door de rechtbank op grond van artikel 1:212 BW Pro om te onderzoeken of erkenning door de vader de belangen van de kinderen zou schaden.

De bijzondere curator heeft ook advies uitgebracht over gezag en omgang, en is in hoger beroep gehoord. Het hof constateert dat de bijzondere curator niet langer nodig is nu de erkenningskwestie niet meer aan het hof voorligt en voldoende advies is ontvangen.

Daarnaast oordeelt het hof dat de bijzondere curator geen toevoegingsvergoeding kan krijgen, maar zal zij een redelijke vergoeding ontvangen voor haar werkzaamheden in hoger beroep. Alle overige beslissingen over gezag en omgang worden aangehouden.

Uitkomst: De bijzondere curator wordt ontslagen van haar taak en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 2 mei 2019
Zaaknummer: 200.236.496/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/239062 FA RK 17-3069
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader],
wonende te [woonplaats] , België
,
appellant in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel
,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. H.J.M. Stassen,
tegen
[de moeder],
wonende te
[woonplaats] ,
verweerster in principaal appel,
appellante in incidenteel appel,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. S. Mestrini.

5.De beschikking d.d. 1 november 2018

Bij die beschikking heeft het hof aan de raad verzocht een onderzoek in te stellen en te adviseren over het gezag en een mogelijke omgangsregeling. Daarnaast heeft het hof een voorlopige omgangsregeling vastgesteld en bepaald dat de vader en de kinderen in de weekenden dat zij geen omgang met elkaar hebben gerechtigd zijn om via een videochat contact met elkaar te hebben. Iedere overige beslissing is aangehouden.

6.De verdere beoordeling in hoger beroep

6.1.
Pas na de sluiting van de mondelinge behandeling heeft het hof uit het dossier opgemaakt dat de bijzondere curator in eerste aanleg ambtshalve door de rechtbank is benoemd op grond van artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) met het oog op de vraag of erkenning van de kinderen door de vader de ongestoorde verhouding tussen de moeder en de kinderen of de belangen van de kinderen niet zou kunnen schaden.
Het hof begrijpt verder uit de bestreden beschikking dat het onderzoek van de bijzondere curator zich kennelijk heeft uitgebreid naar aspecten buiten haar opdracht, waarbij de bijzondere curator de rechtbank ook advies heeft uitgebracht over de te nemen beslissing op de verzoeken van de vader inzake gezag en een omgangsregeling.
Zij is vervolgens in hoger beroep door de griffier van het hof als belanghebbende aangemerkt en opgeroepen om ter zitting te verschijnen en desgewenst verweer te voeren.
De bijzondere curator heeft hieraan gehoor gegeven en heeft in hoger beroep eigener beweging opnieuw gerapporteerd en geadviseerd en is verschenen en gehoord op de mondelinge behandeling van 25 september 2018.
6.2.
Nu de beslissing omtrent de erkenning door de vader niet meer aan het hof voorligt en de bijzondere curator ook in hoger beroep onderzoek heeft gedaan en het hof van voldoende advies heeft gediend, stelt het hof vast dat de bijzondere curator van haar taak kan worden ontslagen. De onderhavige beschikking strekt daartoe. Het hof zal de bijzondere curator in de verdere procedure dan ook niet langer aanmerken als belanghebbende.
6.3.
Omdat gebleken is dat de bijzondere curator niet in aanmerking komt voor een toevoegingsvergoeding van de Raad voor Rechtsbijstand en het hof eerst in een laat stadium de status van en de opdracht aan de bijzondere curator heeft onderkend, zal het hof in dit bijzondere geval in afwijking van de daartoe geldende (financiële) regeling bij afzonderlijke beslissing overgaan tot de begroting van een redelijk te achten vergoeding voor de werkzaamheden van de bijzondere curator in het hoger beroep. Het hof zal voor de hoogte van deze vergoeding aansluiten bij de regeling omtrent de vergoeding van de bijzondere curator.
6.4.
Iedere verdere beslissing omtrent het gezag en de omgangsregeling zal worden aangehouden.

8.De beslissing

Het hof:
ontslaat [de bijzondere curator] , kantoorhoudende te [kantoorplaats] , van haar taak als bijzondere curator over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
houdt iedere overige beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en mr. H.M.A.W. Erven en is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.A.M. Graafland-Verhaegen op 2 mei 2019 in tegenwoordigheid van mr. C.E.M. Geertsma-van Ooijen, griffier.