In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen het verstekvonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, waarbij verdachte werd veroordeeld voor eenvoudige belediging, medeplegen van schuldheling, en diverse verkeersovertredingen.
De politierechter heeft verdachte veroordeeld tot gevangenisstraffen, ontzegging van rijbevoegdheid en een geldboete. Het hoger beroep werd ingesteld, maar de machtiging tot het instellen van het hoger beroep werd pas na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen na het vonnis aan de strafgriffie verzonden.
Het hof heeft daarom geoordeeld dat verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep. Tevens is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan verdachte voor de toegewezen schade aan de benadeelde partij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 8 mei 2019.