Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het vervolg van de procedure
6.De verdere beoordeling
nietis bedoeld de eigendom van de middelste strook, de strook behorend bij het hek (met palen en gaas dus) dat loopt “
achter” het bijgebouw, aan [appellant] toe te wijzen, hetgeen impliceert dat de middelste strook eigendom van [geïntimeerde 1] is.
met de verwijdering gemoeide kosten” ook over de facturen van “
ontruimings- en vervangingswerkzaamheden”. Het hof houdt dit voor een verschrijving aan de zijde van [appellant] .
indien en voor zover dit naar zijn oordeel onder de gegeven omstandigheden door de billijkheid wordt geboden” (Par. Gesch. Boek 5 blz. 236).
de strook tussen de coniferenhaag en de kadastrale erfgrens, in de lengterichting gemeten vanaf de straatkant tot aan de voorkant van de garage”. Inderdaad valt op de diverse foto’s goed te zien dat de stammen van de coniferen nogal schots en scheef geplant zijn. De grenslijn dient recht te zijn, zoals [appellant] zelf ook opmerkt. [appellant] stelt verder dat als die rechte lijn tussen de eerste en de laatste conifeer wordt getrokken, dit zou betekenen dat de grens aan de voorzijde dwars door de pilaster (met bloembak) zou lopen en aan de achterzijde door de garage. [geintimeerden c.s.] hebben op dit punt niet meer gereageerd, anders dan door te zeggen dat het gaat om een rechte lijn tussen de eerste en laatste conifeer, nu die het startpunt en eindpunt bepalen, waartussen “het midden” zit.
de strook tussen de coniferenhaag en de kadastrale erfgrens, in de lengterichting in een rechte lijn gemeten vanaf de straatkant vanaf de linkerpunt pilaster aan de straatkant tot aan de linkerpunt van de garage”.