Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 27 februari 2018 bij welk arrest pleidooi werd bepaald;
- de ten behoeve van het pleidooi op 6 september 2018 bij het hof ingekomen brief van GTS met producties genummerd O tot en met V;
- de bij het pleidooi genomen akte overlegging producties en verduidelijking eis van [de maatschap] , met de producties 39 tot en met 43;
- het pleidooi van 19 september 2018, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd, van de kant van GTS daaraan gehecht productie W.
6.De beoordeling
“In de achter ons liggende periode heeft u tijdens uw twee bezoeken aan ons adres met ons op uw initiatief twee afspraken gemaakt , te weten (…)
- [maat 1] en [gedaagde 2] hebben sinds augustus 2009 zakelijke banden, waarbij [maat 1] optrad als vertegenwoordiger van [de maatschap] en sinds april 2012 ook als statutair directeur van Centrumgebouw [vestigingsnaam] .
- GTP heeft in 2012 in opdracht van Centrumgebouw [vestigingsnaam] werkzaamheden aangenomen met een aanneemsom van € 3.248.620,-.
- In de loop van 2012 blijkt dat Centrumgebouw [vestigingsnaam] grote liquiditeitsproblemen heeft en niet aan haar betalingsverplichtingen jegens GTP kan voldoen.
- De schuld van Centrumgebouw [vestigingsnaam] aan GTP is van april tot augustus van 2012 opgelopen tot € 723.431,94.
- In de periode van 20 april 2012 tot 8 augustus 2012 heeft GTS geen enkele betaling gedaan aan [de maatschap] terzake huur.
- [maat 1] heeft in zijn relatie tot [gedaagde 2] een dubbelrol: als directeur van Centrumgebouw [vestigingsnaam] heeft hij er belang bij dat GTP haar openstaande vordering op Centrumgebouw [vestigingsnaam] niet opeist gezien de liquiditeitsproblemen van Centrumgebouw [vestigingsnaam] en als maat van [de maatschap] belang bij het veiligstellen van de huurinkomsten voor het via GTS aan GTP onderverhuurde pand [adres] te [vestigingsplaats] .
- [gedaagde 2] heeft belang bij het zekerstellen van de betaling van de vordering van GTP op Centrumgebouw [vestigingsnaam] .
- Op 9 augustus 2012 heeft [gedaagde 2] namens GTS een brief gestuurd betreffende “betaling/verrekening huur pand aan de [adres] ”. In deze aan [de maatschap] / [maat 1] gerichte brief wordt een expliciet verband gelegd tussen de vordering van GTP op Centrumgebouw [vestigingsnaam] en de huurbetalingsverplichting van GTS.
- In de rectificatie van 20 december 2012 is voor huurovereenkomst 2 een van die huurovereenkomst afwijkende betalingsregeling opgenomen voor op dat moment openstaande huurtermijnen: betaling van huur door GTS aan [de maatschap] wordt daarbij rechtstreeks afhankelijk gemaakt van de betaling van de schuld van Centrumgebouw [vestigingsnaam] aan GTP.
- Ter uitvoering van regeling in de rectificatie heeft [maat 1] bij de betaling van Centrumgebouw [vestigingsnaam] aan GTP op 19 februari 2013 totaal € 145.000,- ingehouden en rechtstreeks betaald aan maatschap [de maatschap] .
- Noch huurovereenkomst 2 noch de rectificatie is door alle maten van [de maatschap] ondertekend.
- In de periode maart 2013-maart 2014 heeft [de maatschap] diverse bedragen van verschillende hoogte ontvangen telkens nadat GTP betalingen had ontvangen op haar vordering op Centrumgebouw [vestigingsnaam] . In dezelfde periode heeft GTS bij brieven van 27 maart 2013, 15 mei 2013, 17 mei 2013, 29 november 2013 en 14 maart 2014 gericht aan [maat 1] /Maatschap [de maatschap] uitleg en toelichting gegeven over (te verwachten) betalingen waarbij steeds de relatie wordt gelegd tussen de schuld van Centrumgebouw [vestigingsnaam] aan GTP en de huurbetalingsverplichting aan [de maatschap] dan wel verwezen wordt naar de brief van 9 augustus 2012. Bij brief van 27 maart 2013 vermeldt GTS
De door u vereiste methode van huurbetaling door ons aan Maatschap [de maatschap] impliceert ook dat u als verhuurder namens de maatschap [de maatschap] de Maatschap [de maatschap] zekerstelt voor de verhuurinkomsten, omdat uitsluitend u de betalingen dirigeert. ( …) Ik moet het even kwijt, een regeling waarbij de dienstverlener zelf de betaling van haar debiteur in de hand heeft is voor u als crediteur het best denkbare scenario.”
: “na verrekening van december 2012 en februari 2013 geen bedrag meer is ontvangen van Centrumgebouw [vestigingsnaam] en zodoende slechts een gering bedrag aan huur (is) betaald”.Verder vermeldt zij in die brief dat de schuld van Centrumgebouw [vestigingsnaam] aan GTP per april 2013 € 609.610,70 bedroeg en verzoekt zij per omgaande informatie binnen welke tijdspanne een bedrag zal worden ontvangen met betrekking tot die vordering
“zodoende wij naar rato van het te ontvangen bedrag dan weer een verrekening kunnen toepassen met betrekking tot het te betalen bedrag aan huur aan de maatschap [de maatschap] ”.
: “(…) Uit de praktijk blijkt dat bij de betaling door Centrumgebouw [vestigingsnaam] aan [GTS] naar rato in procenten ook de betaling plaatsvindt van de door ons te betalen huur aan Maatschap [de maatschap] zulks volledig in overeenstemming met het door u vereist systeem van betaling/verrekening. ( …)
“bij ontvangst van de hiervoor vermelde betaling zoals afgesproken en eerder vastgelegd naar rato ook een deel van de huur zoals wij die aan [de maatschap] verschuldigd zijn zullen voldoen.”
“Naar rato ontvangen betaling van Euro 850.000,- excl btw tbv [GTS] ten opzichte van onze vordering afgerond van Euro 2,9 milj excl BTW hebben wij dus ontvangen afgerond 30 % van onze vordering excl BTW. Uw vordering op ons is Euro 360.756,62 excl BTW inclusief servicekosten , op grond waarvan door ons heden conform gemaakte afspraak Euro 108.226,99 aan Maatschap [de maatschap] wordt betaald. Dit bedrag is derhalve naar rato het betaalde bedrag aan ons ten opzichte van onze vordering derhalve 30 %. (…)”