Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het faxbericht van de advocaat van de vader van 15 april 2019;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 24 oktober 2018.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 16 mei 2019 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige met een verstandelijke beperking en het syndroom van Down. De vader was tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en stelde dat de ontwikkeling van het kind niet bedreigd werd en dat de hulpverlening afdoende was.
De moeder en de gecertificeerde instelling (GI) pleitten voor verlenging vanwege aanhoudende communicatieproblemen tussen de ouders, de beperkingen van beide ouders en de noodzaak van voortdurende sturing en hulpverlening. Het hof overwoog dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is omdat zonder deze sturing de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door spanningen en het risico op stagnatie van de hulpverlening.
Het hof erkende de wens van de wetgever om langdurige ondertoezichtstellingen te beperken, maar vond in deze situatie een verlenging van een jaar gerechtvaardigd. De beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd bekrachtigd en het verzoek van de vader tot afwijzing van de verlenging werd afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bevestigd voor de duur van een jaar.