ECLI:NL:GHSHE:2019:1870
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming
Appellanten hebben in eerste aanleg verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast van ruim €102.000, waaronder belastingschulden. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c Faillissementswet, omdat appellanten niet te goeder trouw zouden zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden en onvoldoende aannemelijk was dat zij de verplichtingen uit de regeling zouden nakomen.
In hoger beroep betoogden appellanten dat hun psychosociale problematiek onder controle is en zij zich zullen inspannen om aan hun verplichtingen te voldoen. Zij voerden aan dat de belastingschulden niet het gevolg zijn van fraude, maar van financiële problemen en dat zij betalingsregelingen zijn aangegaan. Tevens stelden zij dat de rechtbank ten onrechte geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule.
Het hof oordeelt dat appellanten recent zijn begonnen met behandeling van hun psychosociale problematiek en dat deze nog niet duurzaam beheersbaar is. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zullen nakomen. Daarnaast is vastgesteld dat de belastingschulden voortkomen uit te late aangiften en onvoldoende reservering van gelden, waardoor appellanten niet te goeder trouw zijn geweest. Het beroep op de hardheidsclausule wordt niet inhoudelijk behandeld omdat niet aan het vereiste van goede trouw is voldaan.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming.