Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Limburg die de gecertificeerde instelling toestemming gaf voor medische behandeling van twee minderjarigen bij een gespecialiseerde instelling. De vader betwist de noodzaak van deze behandeling en stelt dat hoogbegaafdheid van de kinderen beter onderzocht moet worden. Hij wil betrokken worden bij de keuze van behandelaar en stelt dat de kinderen geen last hebben van de scheiding.
De gecertificeerde instelling en de moeder voeren aan dat de kinderen wel degelijk sociaal-emotionele problemen ondervinden door de gespannen situatie tussen de ouders. Diverse instanties, waaronder de raad en scholen, onderschrijven dit. De vader blokkeert volgens hen noodzakelijke hulpverlening door zijn fundamenteel andere visie.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:265h lid 1 BW vervangende toestemming kan worden verleend als de ouder toestemming weigert en er ernstig gevaar is voor de gezondheid van het kind. Het hof bevestigt eerdere bevindingen dat de kinderen opgroeien in een belastende situatie met ernstige ontwikkelingsbedreiging. De vader toont geen voortschrijdend inzicht en zijn tegenwerking belemmert noodzakelijke hulp. Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming voor medische behandeling van de minderjarigen en wijst het beroep van de vader af.