Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6572424 CV EXPL 18-280)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
kanzijn.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure stond centraal welke van twee vennootschappen opdrachtgever was voor uitgevoerde transporten: de inmiddels failliete vennootschap of de daaraan gelieerde holding. Het transportbedrijf voerde transporten uit op verzoek van de holding, maar de facturen waren aanvankelijk op naam van de failliete vennootschap gesteld.
De transporteur vorderde betaling van de facturen van de holding, stellende dat deze opdrachtgever was. De holding betwistte dit en stelde dat de opdracht uitsluitend namens de failliete vennootschap was gegeven, die vervolgens failliet ging en de facturen onbetaald bleven.
De kantonrechter wees de vordering af omdat niet was komen vast te staan dat de holding opdrachtgever was. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp alle grieven van de transporteur. Het hof oordeelde dat de opdrachtbevestiging en correspondentie wezen op de failliete vennootschap als opdrachtgever, en dat een wijziging van factuuradres geen wijziging van opdrachtgever inhoudt.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de transporteur in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van het transportbedrijf af en bevestigt dat de failliete vennootschap opdrachtgever was.