Uitspraak
8.Het vervolg van het geding in hoger beroep
- de incidentele vordering van [appellant] tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis afgewezen;
- de beslissing over de proceskosten van het incident aangehouden;
- verstaan dat als datum voor het pleidooi in de hoofzaak is bepaald 22 mei 2019 om 9.30 uur;
- iedere verdere beslissing in de hoofzaak aangehouden.
- het pleidooi van 22 mei 2019, waarbij Woonpunt pleitnotities heeft overgelegd;
- de bij brief van 7 mei 2019 door mr. McKernan toegezonden producties, die [appellant] bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
9.De beoordeling in de hoofdzaak
- Bij huurovereenkomst van 23 augustus 2010 heeft Woonpunt aan [appellant] de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] verhuurd.
- Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. In artikel 7.6 van de algemene voorwaarden staat onder meer het volgende:
- Vanaf medio 2018 heeft Woonpunt van de op het adres [adres 2] wonende buurvrouw van [appellant] , mevrouw [buurvrouw van appellant] (hierna: [buurvrouw van appellant] ), meerdere klachten ontvangen over door [appellant] veroorzaakte overlast.
- Op 25 juli 2018 is er een incident geweest bij de woning van [appellant] . Daarbij is een raam van de woonkamer van de woning vernield en is de politie ter plaatse geweest.
- Op 31 juli 2018 hebben medewerkers van Woonpunt, de politie en de gemeente een huisbezoek gebracht aan de woning van [appellant] . Als productie 5 bij de inleidende dagvaarding zijn foto’s overgelegd van de daarbij in de woning aangetroffen situatie. In de van het huisbezoek opgemaakte verslaglegging staat onder meer het volgende:
- Op of omstreeks 9 september 2018 heeft [appellant] een bericht op Facebook geplaatst waarin hij ‘de buur op [huisnummer van adres 2] ’ (hof: waarmee kennelijk de op [adres 2] wonende [buurvrouw van appellant] werd bedoeld) heeft beschuldigd van het met een hamer mishandelen van zijn hond, van het ingooien van een ruit en van diefstal.
- Op of omstreeks 12 september 2018 heeft [buurvrouw van appellant] aan Woonpunt meegedeeld dat [appellant] bij haar voor de deur heeft gestaan met een ijzeren staaf, dat [appellant] dingen over [buurvrouw van appellant] op Facebook heeft gezet en dat zij zich bedreigd voelt. [buurvrouw van appellant] heeft voorts kenbaar gemaakt te willen verhuizen, binnen het complex of daarbuiten. Woonpunt heeft toegezegd om [buurvrouw van appellant] te helpen bij het realiseren van de door haar gewenste verhuizing.
- [buurvrouw van appellant] heeft op 12 september 2018 aangifte gedaan bij de politie ter zake het bericht dat [appellant] over haar op Facebook heeft geplaatst.
- Woonpunt heeft het vonnis op 20 november 2018 aan [appellant] laten betekenen en daarbij aan [appellant] onder meer bevel gedaan om de woning binnen 14 dagen te ontruimen.
- De woning is vervolgens op 6 december 2018 ontruimd.
- [buurvrouw van appellant] is omstreeks de datum van het bestreden vonnis verhuisd naar een andere woning.
- Uit de gedingstukken blijkt genoegzaam dat sprake is van de door Woonpunt gestelde overlast, veroorzaakt door [appellant] (rov. 4.1).
- Door het veelvuldig veroorzaken van ernstige overlast handelt [appellant] in strijd met zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Er is geen reden om aan te nemen dat in de nabije toekomst structureel verbetering zal optreden. Het is boven redelijke twijfel verheven dat de bodemrechter vanwege de overlast tot de conclusie zal komen dat de huurovereenkomst moet worden ontbonden (rov. 4.2).
- Gelet op het woonbelang van de omwonenden en de verplichtingen die Woonpunt jegens hen heeft om hun woongenot te verzekeren, heeft Woonpunt een spoedeisend belang bij de ontruiming van de woning (rov. 4.3).
- [appellant] veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis het pand aan de [adres 1] te ontruimen;
- [appellant] in de proceskosten veroordeeld.
- het alsnog afwijzen van de vorderingen van Woonpunt;
- veroordeling van Woonpunt om aan [appellant] al hetgeen terug te betalen dat hij ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Woonpunt heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente;
- Uit het mutatierapport van 23 mei 2018 blijkt onder meer dat [appellant] op die datum in de nachtelijke uren geluidsoverlast veroorzaakte, aan het schelden was jegens [buurvrouw van appellant] , ernstig onder invloed van verdovende middelen verkeerde en verward overkwam;
- Bij het incident van 25 juli 2018 is (vermoedelijk door [appellant] zelf) een ruit in de woning van [appellant] vernield en is de politie ter plaatse geweest.
- Tijdens het huisbezoek van 31 juli 2018 maakte [appellant] een psychotische indruk. De woning verkeerde tijdens dit huisbezoek in vervuilde en verwaarloosde staat.
- Bij gelegenheid van het huisbezoek van 1 augustus 2018 waren weer politieauto’s aanwezig in verband met overlast, was [appellant] van streek was en werd [appellant] door de politie afgevoerd, was wederom een raam gesneuveld, was het in de woning nog steeds een puinhoop, werd in de woning een zwaard aangetroffen en hebben meerdere omwonenden kenbaar gemaakt dat zij zich niet meer veilig voelden.
- [appellant] heeft in een Facebookbericht van 9 september 2018 ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van [buurvrouw van appellant] geuit. Daarop is vervolgens door een of meer derden gereageerd met de mededeling dat zij binnenkort eens langs zouden komen, hetgeen voor [buurvrouw van appellant] bedreigend was. [appellant] had dit redelijkerwijs moeten voorzien toen hij de ongefundeerde beschuldigingen op Facebook plaatste.
- [appellant] gebruikte in 2018 amfetamine.
- [buurvrouw van appellant] heeft naar aanleiding van de gebeurtenissen de wens kenbaar gemaakt te willen verhuizen en die verhuizing is uiteindelijk ook geëffectueerd.