Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- mr. Roeleven, als bijzondere curator voor de minderjarige;
- de moeder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de beschikking van de rechtbank Limburg vernietigd die het verzoek tot vernietiging van de erkenning had afgewezen. De man, die de minderjarige verzorgt en opvoedt, stelt dat de erkenner niet de biologische vader is. Dit wordt ondersteund door verklaringen van de moeder, verschillen in huidskleur en foto’s. Het hof overweegt dat het vermoeden van vaderschap bij erkenning kan worden weerlegd met voldoende bewijs.
Het hof acht de schriftelijke verklaring van de moeder en de foto’s onvoldoende om met zekerheid vast te stellen dat de erkenner niet de biologische vader is. De man krijgt daarom een bewijsopdracht om dit te bewijzen, met name door DNA-onderzoek. Het belang van het kind staat centraal, waarbij het kind recht heeft op family life conform artikel 8 EVRM Pro. De bijzondere curator en moeder ondersteunen het verzoek tot vernietiging.
Het hof gelast de man binnen vier weken aan te geven hoe hij het bewijs wil leveren en houdt verdere beslissing aan tot 1 augustus 2019. De zaak betreft een complexe afstammingskwestie met internationale aspecten en juridische gevolgen voor het gezag en de achternaam van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof draagt de appellant op bewijs te leveren dat de erkenner niet de biologische vader is en houdt verdere beslissing aan tot 1 augustus 2019.