ECLI:NL:GHSHE:2019:2159

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 juni 2019
Publicatiedatum
17 juni 2019
Zaaknummer
000000-00
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenneming na veroordeling medeplegen poging tot doodslag en zware mishandeling

Verdachte werd in maart 2014 in verzekering gesteld en vastgehouden wegens verdenking van medeplegen poging tot moord, subsidiair doodslag, en poging tot zware mishandeling. De voorlopige hechtenis werd in april 2014 opgeheven vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren. In 2019 werd verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens medeplegen poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, en werd ambtshalve een bevel tot gevangenneming gegeven.

Verdachte tekende hoger beroep aan tegen het bevel tot gevangenneming. Het hof overwoog dat de verwijzing naar de Klimop-zaak niet van toepassing was, omdat die zaak ging over herleving van voorlopige hechtenis na schorsing in het licht van recidivegevaar, terwijl hier de vraag was of ernstige bezwaren bestonden voor strafbare feiten met een wettelijke straf van twaalf jaar of meer en een ernstige schok voor de rechtsorde.

Het hof concludeerde dat de feiten, waaronder overval met honkbalknuppels in de woning van slachtoffers, ernstige en verwerpelijke eigenrichting betroffen die de rechtsorde ernstig schokten. Het veroordelend vonnis bracht ernstige bezwaren jegens verdachte aan het licht, waardoor de gevangenneming gerechtvaardigd was. Hoewel de rechtbank het bevel onvoldoende motiveerde, voorzag het hof in de motivering en wees het hoger beroep af, bevestigde het bevel en bepaalde dat onmiddellijke vrijheidsbeneming noodzakelijk is.

Uitkomst: Het hof bevestigt het bevel tot gevangenneming en bepaalt dat onmiddellijke vrijheidsbeneming geboden is wegens ernstige bezwaren.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: AVNR. [nummer]
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de [rechtbank] van [datum 2019] , waarbij namens:
[verdachte]
geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de [detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de [rechtbank] van [datum 2019] , bij welke beslissing de gevangenneming van verdachte werd bevolen.
Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen het bij vonnis gegeven bevel gevangenneming van verdachte.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.P.J.C. Heuvelmans.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt onder meer het volgende.
Verdachte is op [maart 2014] in verzekering gesteld en op [maart 2014] is tegen verdachte een bevel bewaring gegeven op grond van de verdenking dat verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan, kort gezegd, medeplegen poging tot moord, subsidiair doodslag, meermalen gepleegd, en poging tot zware mishandeling.
Op [maart 2014] is tegen verdachte een bevel gevangenhouding afgegeven.
De voorlopige hechtenis is op [april 2014] opgeheven omdat de rechtbank van oordeel was dat er geen sprake meer was van voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte.
Bij vonnis van [datum 2019] is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, wegens medeplegen poging tot doodslag, meermalen gepleegd, en medeplegen van poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Tevens is bij vonnis de gevangenneming van verdachte bevolen.
Tegen dat vonnis is door verdachte hoger beroep aangetekend.
Aan het hof ligt thans ter beantwoording voor de vraag of de rechtbank de gevangenneming van verdachte heeft kunnen bevelen, voorts of de voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven dan wel te worden geschorst.
Door de raadsman is bepleit, onder verwijzing naar onder meer ECLI:NL:GHAMS:2015:635 (Klimop) dat de rechtbank ten onrechte een bevel gevangenneming heeft verleend aangezien het veroordelend vonnis als zodanig onvoldoende grond oplevert voor het herleven van de voorlopige hechtenis.
Het hof is van oordeel dat een verwijzing naar de Klimop-zaak niet op gaat nu in de Klimop-zaak de vraag aan de orde was of er voldoende reden was voor herleving van de voorlopige hechtenis aangezien aan de recidivegrond welke aan de voorlopige hechtenis ten grondslag was gelegd, kennelijk in voldoende mate door het stellen van voorwaarden aan een schorsing, tegemoet kon worden gekomen nu gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis niet was gebleken van enige herhaling van een of meer strafbare feiten. Anders dan in de Klimop-zaak gaat het in de onderhavige zaak niet om de vraag of er sprake is van gevaar voor herhaling, welk gevaar door middel van voorwaarden te stellen aan een schorsing van de voorlopige hechtenis in voldoende mate kan worden gereduceerd. Het gaat om de vraag of er jegens verdachte ernstige bezwaren bestaan ter zake van een strafbaar feit waar naar de wettelijke omschrijving twaalf jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt.
Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd, en voor poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Hierbij gaat het om strafbare feiten waar naar de wettelijke omschrijving twaalf jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. De feiten hebben in vereniging plaatsgevonden waarbij de slachtoffers in hun eigen woning zijn overvallen en jegens hen ernstig geweld is gepleegd doordat met honkbalknuppels op hen is ingeslagen. Het betreft een ernstige en zeer verwerpelijke vorm van eigenrichting. Zoals uit de slachtofferverklaring(en), ter zitting afgelegd, blijkt, hebben deze feiten tot op vandaag een ernstige impact op de slachtoffers.
Gelet op het veroordelend vonnis is er sprake van ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten, nu niet is gesteld noch het hof anderszins is gebleken dat dit vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust.
Het hof is voorts van oordeel dat, gelet op het vorenstaande, de rechtsorde ernstig is geschokt. Immers het zou voor de samenleving niet te begrijpen zijn en het zou door de samenleving ook niet aanvaard worden, wanneer de verdachte die voor de hiervoor genoemde ernstige feiten is veroordeeld tot een substantiële gevangenisstraf, reeds nu in vrijheid het verdere verloop van het strafproces zou mogen afwachten. Dat zou tot maatschappelijke onrust kunnen leiden. Het bevel gevangenneming berust op de omstandigheid dat er jegens verdachte ernstige bezwaren bestaan ter zake van strafbare feiten waar naar de wettelijke omschrijving twaalf jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Dat vereist de onverwijlde vrijheidsbeneming van verdachte.
Hieraan doet niet af dat de voorlopige hechtenis eerder is opgeheven wegens het ontbreken van ernstige bezwaren, nu door het veroordelend vonnis de ernstige bezwaren zijn herleefd.
Voorts doet aan een en ander niet af dat de invrijheidstelling van verdachte destijds niet gepaard is gegaan met maatschappelijke onrust aangezien de invrijheidstelling destijds was gebaseerd op het ontbreken van ernstige bezwaren terwijl er thans een veroordelend vonnis voorligt.
Het hof overweegt voorts nog als volgt.
De rechtbank heeft bij vonnis van [datum 2019] de gevangenneming bevolen van verdachte. Dat bevel is niet in het vonnis gemotiveerd en in de afzonderlijke geminuteerde beslissing wordt slechts verwezen naar het veroordelend vonnis. Die motivering is ten enenmale ontoereikend aangezien er geen inzicht wordt verschaft in de grond(en) die naar het oordeel van de rechtbank het herleven van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen. Een uitgebreidere motivering is te meer gewenst in die gevallen waarin de voorlopige hechtenis eerder is opgeheven.
In zoverre is het beroep tegen het bevel gevangenneming gegrond.
Het hof verklaart het beroep deels gegrond en wijst het beroep af voor het overige.
Het hof zal doen wat de rechtbank had behoren te doen.
Het hof bevestigt de beslissing waarvan beroep en bepaalt dat de onverwijlde vrijheidsbeneming geboden is, nu er sprake is van ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake van meer strafbare feiten waar naar de wettelijke omschrijving twaalf jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst het hoger beroep gedeeltelijk toe.
Bevestigt de beslissing waarvan beroep voor het overige, met aanvulling van de motivering zoals hiervoor in de overwegingen is opgenomen.
Aldus gedaan op 6 juni 2019
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R. van Maaren, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 6 juni 2019
Gezien d.d.
De directeur van de [detentieplaats]