In deze zaak vordert appellant loon en toeslagen op grond van de cao Bakkersbedrijf. Het hof behandelt het hoger beroep na een tussenarrest en eerdere vonnissen van de kantonrechter. De discussie betreft onder meer de omvang van de nachttoeslag, kledingtoeslag en niet betaald loon.
Het hof stelt vast dat partijen overeenstemming hebben over het aantal nachten waarop nachttoeslag verschuldigd is, maar dat geïntimeerden een fout maakten in de berekening door nachturen te laten ingaan om 01.00 uur in plaats van 00.00 uur. Hierdoor is een bedrag van € 3.992,69 bruto aan niet betaalde nachttoeslag toewijsbaar. Daarnaast wijst het hof een kledingtoeslag toe van € 2.283,77 netto, na aftrek van een reeds betaalde vergoeding voor twee broeken, omdat geïntimeerden onvoldoende bewijs leverde van vergoeding of verstrekking van bedrijfskleding.
Verder wordt een bedrag van € 628,60 bruto toegewezen voor niet betaald loon en toeslagen over de periode september tot en met december 2009. Over deze bedragen is ook de wettelijke verhoging en rente vanaf de dagvaarding verschuldigd. De proceskosten in eerste aanleg worden gecompenseerd, terwijl geïntimeerden in hoger beroep worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen voor zover de loonvordering is toegewezen en vernietigt deze voor zover het meer of anders gevorderde betreft, waarna het de aanvullende vorderingen toewijst. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.