Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 5888277, rolnummer 17-2663)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven in principaal hoger beroep;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens houdende wijziging van eis, met vijf producties (genummerd 15 tot en met 19);
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met drie producties (genummerd 1 tot en met 3).
3.De beoordeling
- BrabantWonen heeft de woning aan de [adres] te [plaats] met ingang van 29 maart 2000 verhuurd aan [appellant] .
- Op 7 januari 2009 heeft [appellant] een medewerker van BrabantWonen telefonisch bedreigd door tegen hem te zeggen: “ik maak je helemaal kapot; als ik je tegen kom dan ben je helemaal de mijne; ik zal die rotsmoel van jou helemaal verbouwen”. [appellant] heeft op die dag voorts gezegd dat hij naar het kantoor van BrabantWonen zou komen. [appellant] is die middag bij het (inmiddels gesloten) kantoor van BrabantWonen verschenen. [appellant] is naar aanleiding van deze bedreiging veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur.
- Op 9 december 2014 heeft zich een incident voorgedaan tussen [appellant] en een door BrabantWonen ingeschakelde storingsmonteur. De storingsmonteur heeft naar aanleiding van dit incident aangifte gedaan bij de politie van bedreiging door [appellant] .
- [appellant] heeft op 14 juni 2016 bij de Huurcommissie een verzoek ingediend tot tijdelijke verlaging van de huurprijs vanwege de vermindering van huurgenot wegens ernstige onderhoudsgebreken. Dit verzoek heeft geleid tot een uitspraak van de Huurcommissie van 16 januari 2017, waarbij de Huurcommissie – voor zover thans van belang – als volgt heeft beslist:
het stucwerk van de borstwering onder het schuine dak in de woonkamer en de woningscheidende muur vertonen over een grote oppervlakte scheurvorming die de naden van de bouwblokken volgt. Dit is een gebrek in categorie C (naar analogie van nummer L3).
- Op 6 februari 2017 heeft de heer [adviseur agressie & veiligheid bij BrabantWonen] , adviseur Agressie & Veiligheid bij BrabantWonen, samen met de heer [opzichter bij BrabantWonen] , opzichter bij BrabantWonen, een bezoek gebracht aan de door [appellant] gehuurde woning. Bij die gelegenheid heeft zich een incident voorgedaan. [appellant] heeft naar aanleiding van dat incident op 10 februari 2017 bij de politie aangifte gedaan tegen [adviseur agressie & veiligheid bij BrabantWonen] van bedreiging. [adviseur agressie & veiligheid bij BrabantWonen] heeft in verband met het incident op 24 februari 2017 aangifte gedaan tegen [appellant] van belediging en bedreiging. Naar aanleiding van het incident heeft de politie op 3 maart 2017 [opzichter bij BrabantWonen] als getuige gehoord.
- [appellant] heeft over de periode met ingang van 1 februari 2017 geen huur en geen voorschot servicekosten meer aan BrabantWonen betaald.
- Op 8 november 2017, dus ongeveer drie maanden nadat het bestreden vonnis was gewezen, heeft BrabantWonen de woning op basis van dat vonnis laten ontruimen.
- ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen;
- voor zover ontruiming van het gehuurde aan de [adres] te [plaats] nog niet heeft plaatsgevonden: veroordeling van [appellant] tot ontruiming van het gehuurde;
- veroordeling van [appellant] tot betaling van € 265,35 voor iedere maand die te rekenen vanaf 1 augustus 2017 zal zijn ingetreden op de dag van de ontruiming, te vermeerderen met wettelijke rente;
- veroordeling van [appellant] tot betaling van € 1.589,-- ter zake onbetaald gelaten huur over de periode tot en met juli 2017, te vermeerderen met wettelijke rente;
- veroordeling van [appellant] tot betaling van € 190,24 ter zake buitengerechtelijke incassokosten;
- een verklaring voor recht dat de krimpscheuren waarover [appellant] heeft geklaagd, geen ernstig gebrek opleveren in de zin van artikel 7:257 lid 2 BW Pro jo. artikel 7:241 BW Pro jo. artikel 6 Bhw Pro;
- de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] te [plaats] ontbonden;
- [appellant] veroordeeld om het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen;
- [appellant] veroordeeld om aan BrabantWonen € 164,58 te betalen voor iedere maand of gedeelte van een maand over de periode vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag van de ontruiming, vermeerderd met wettelijke rente;
- [appellant] veroordeeld tot betaling van € 987,48 ter zake onbetaald gelaten huurpenningen over de periode tot en met juli 2017, vermeerderd met wettelijke rente;
- [appellant] in de proceskosten veroordeeld, inclusief nakosten en vermeerderd met wettelijke rente;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- de ontbinding van de huurovereenkomst;
- de veroordeling van [appellant] tot ontruiming van het gehuurde;
- de veroordeling van [appellant] in de proceskosten.
- afwijzing alsnog van de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde;
- veroordeling van BrabantWonen om hetgeen [appellant] op basis van het vonnis ter zake proceskosten aan BrabantWonen heeft voldaan, aan [appellant] terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;
- de veroordeling van [appellant] om aan BrabantWonen € 164,58 te betalen voor iedere maand of gedeelte van een maand over de periode vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag van de ontruiming, vermeerderd met wettelijke rente;
- de veroordeling van [appellant] om aan BrabantWonen € 987,48 te betalen ter zake onbetaald gelaten huurpenningen over de periode tot en met juli 2017, vermeerderd met wettelijke rente.
- [appellant] veroordeelt om aan BrabantWonen € 223,58 te betalen voor iedere maand of gedeelte van een maand over de periode vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag van de ontruiming, vermeerderd met wettelijke rente;
- [appellant] veroordeelt tot betaling van € 1.341,48 ter zake onbetaald gelaten huurpenningen over de periode tot en met juli 2017, vermeerderd met wettelijke rente.
- dat [appellant] zich bij verschillende gelegenheden niet heeft gedragen zoals een goed huurder betaamt, door het uiten van bedreigingen en beledigingen jegens medewerkers van BrabantWonen;
- dat [appellant] dusdoende tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst;
- dat deze tekortkomingen de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen.
- € 1.991,97 ter zake schade aan de woning, die na de ontruiming van de woning is vastgesteld;
- € 361,55 ter zake buitengerechtelijke incassokosten.