ECLI:NL:GHSHE:2019:2275
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep geldleningsovereenkomst tussen broers met betwisting en bewijslevering bedrog
Partijen zijn broers en sloten op 29 september 2011 een geldleningsovereenkomst waarbij geïntimeerde aan appellant €100.000,- leende met een looptijd tot 31 december 2014 en een contractuele rente van 8% per jaar. Appellant betaalde gedeeltelijk aflossing en rente.
In eerste aanleg werd appellant veroordeeld tot betaling van het restant van de lening en rente, terwijl de vordering tegen zijn echtgenote werd afgewezen. Appellant stelde in hoger beroep dat de leningsovereenkomst niet zoals voorgesteld was ondertekend, dat er wijzigingen waren aangebracht zonder zijn medeweten, en dat de lening eigenlijk tussen geïntimeerde en een vennootschap was gesloten.
Het hof oordeelde dat de onderhandse akte dwingende bewijskracht heeft en dat appellant zijn handtekening niet betwist, maar wel de inhoud en bood tegenbewijs aan. Het hof laat appellant toe dit tegenbewijs te leveren en tevens bewijs te leveren van bedrog of onrechtmatig handelen door geïntimeerde bij het aangaan van de overeenkomst.
Het hof bepaalt dat getuigen gehoord kunnen worden onder leiding van een raadsheer-commissaris en verwijst de zaak naar een rolzitting voor verdere procedurele afspraken. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof laat appellant toe tegenbewijs en bewijs van bedrog te leveren en houdt verdere beslissing aan.