Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2019:229

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 januari 2019
Publicatiedatum
25 januari 2019
Zaaknummer
20-000875-17
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak groepsbelediging wegens onvoldoende bewijs

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor groepsbelediging en individuele belediging, gepleegd op of omstreeks 17 september 2016 te Terneuzen. Verdachte zou zich in het openbaar beledigend hebben uitgelaten over een groep mensen vanwege hun ras en/of godsdienst, met uitspraken als "Nederlands praten of opdonderen... Wegwezen" en soortgelijke woorden. Daarnaast werd hem ten laste gelegd dat hij twee benadeelden in hun tegenwoordigheid zou hebben bespuugd.

De officier van justitie had hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak van de politierechter en vorderde een taakstraf van 16 uur, subsidiair 8 dagen hechtenis, met een voorwaardelijke proeftijd van 2 jaar. De benadeelden hadden vorderingen ingediend die volgens het hof onvoldoende waren onderbouwd en daarom niet-ontvankelijk werden verklaard.

Het hof heeft het dossier en de verklaringen van de benadeelden zorgvuldig bestudeerd. Hoewel vaststaat dat verdachte de woorden "Nederlands praten" heeft gezegd en er een woordenwisseling was, ontbrak het aan voldoende overeenstemming en bewijs voor de meer beledigende en racistische uitlatingen die in de tenlastelegging stonden. Ook het feit van het spugen kon niet overtuigend worden bewezen, mede omdat verdachte dit uitdrukkelijk ontkende en er twijfel bleef bestaan.

Daarom bevestigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van groepsbelediging en belediging wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-000875-17
Uitspraak : 3 januari 2019
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 2 maart 2017 in de strafzaak met parketnummer 02-241122-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van groepsbelediging subsidiair belediging, meermalen gepleegd (feit 1) en belediging, meermalen gepleegd (feit 2).
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 2 is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 16 uren, subsidiair 8 dagen hechtenis, waarvan 8 uren, subsidiair 4 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen vordert de advocaat-generaal dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd.
Door de verdediging is vrijspraak bepleit, met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 17 september 2016 te Terneuzen, zich in het openbaar, te weten op/aan/richting de openbare weg (de Steenkamplaan en/of de Martinus Eijkestraat),
mondeling, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Marokkanen en/of buitenlanders en/of vreemdelingen, wegens hun ras en/of godsdienst, door te roepen:
- "Nederlands praten of opdonderen... Wegwezen" en/of
- "Ga terug naar je eigen land" en/of
- "Jullie komen alleen maar om te bedelen" en/of
- "Jullie vragen alleen maar een uitkering aan",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 september 2016 te Terneuzen opzettelijk
[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] in het openbaar mondeling, heeft beledigd,
door haar/hun de woorden toe te voegen:
- "Nederlands praten of opdonderen... Wegwezen" en/of
- "Ga terug naar je eigen land" en/of
- "Jullie komen alleen maar om te bedelen" en/of
- "Jullie vragen alleen maar een uitkering aan",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2.
hij op of omstreeks 17 september 2016 te Terneuzen opzettelijk
[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] in haar/hun tegenwoordigheid,
door feitelijkheden, heeft beledigd, door opzettelijk in de richting van die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2] te spugen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met verbetering van de gronden.
Uit de verklaringen in het dossier komt weliswaar voldoende naar voren dat verdachte heeft gezegd "Nederlands praten" en blijkt dat er een woordenwisseling is geweest tussen verdachte en de beide aangeefsters, maar de verklaringen van aangeefsters komen op essentiële punten niet voldoende overeen om tot de overtuiging te komen dat verdachte heeft gezegd: "Nederlands praten of opdonderen…wegwezen", "Ga terug naar je eigen land", "Jullie komen alleen maar om te bedelen" en "Jullie vragen alleen maar een uitkering aan". Voor deze essentiële onderdelen van de tenlastelegging van feit 1 is er telkens maar één verklaring voorhanden terwijl de inhoud van de processen-verbaal voor het overige naar het oordeel van het hof van onvoldoende gewicht zijn om tot een bewezenverklaring te komen.
Ten aanzien van feit 2 komen de verklaringen van aangeefsters weliswaar overeen, maar het hof heeft, gelet op het geheel van de verklaringen, ook hier teveel twijfel om de overtuiging te bekomen dat verdachte het feit - dat door de verdachte uitdrukkelijk wordt ontkend - heeft gepleegd.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. J. Nederlof, voorzitter,
mr. K. van der Meijde en mr. A.M.G. Smit, raadsheren,
in tegenwoordigheid van C.M. Sweep, griffier,
en op 3 januari 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.