ECLI:NL:GHSHE:2019:229
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepsbelediging wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor groepsbelediging en individuele belediging, gepleegd op of omstreeks 17 september 2016 te Terneuzen. Verdachte zou zich in het openbaar beledigend hebben uitgelaten over een groep mensen vanwege hun ras en/of godsdienst, met uitspraken als "Nederlands praten of opdonderen... Wegwezen" en soortgelijke woorden. Daarnaast werd hem ten laste gelegd dat hij twee benadeelden in hun tegenwoordigheid zou hebben bespuugd.
De officier van justitie had hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak van de politierechter en vorderde een taakstraf van 16 uur, subsidiair 8 dagen hechtenis, met een voorwaardelijke proeftijd van 2 jaar. De benadeelden hadden vorderingen ingediend die volgens het hof onvoldoende waren onderbouwd en daarom niet-ontvankelijk werden verklaard.
Het hof heeft het dossier en de verklaringen van de benadeelden zorgvuldig bestudeerd. Hoewel vaststaat dat verdachte de woorden "Nederlands praten" heeft gezegd en er een woordenwisseling was, ontbrak het aan voldoende overeenstemming en bewijs voor de meer beledigende en racistische uitlatingen die in de tenlastelegging stonden. Ook het feit van het spugen kon niet overtuigend worden bewezen, mede omdat verdachte dit uitdrukkelijk ontkende en er twijfel bleef bestaan.
Daarom bevestigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van groepsbelediging en belediging wegens onvoldoende bewijs.