Uitspraak
Parketnummer: 20-001018-18
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 10.366,84, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoe-dingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
- de vordering tot tenuitvoerlegging onder bovenvermeld parketnummer toegewezen.
- het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen zal verklaren;
- de verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de duur van het voorarrest;
- aan het voorwaardelijk op te leggen strafdeel, naast de algemene voorwaarde, een aantal bijzondere voorwaarden, te weten -kort gezegd-: reclasseringstoezicht, het meewerken aan diagnostiek en de daaruit voortvloeiende (ambulante) behandeling bij De Waag, Elektronisch Toezicht indien en voor zover de reclassering dit noodzakelijk en mogelijk acht (voor maximaal 1 jaar), Begeleid Wonen en een contactverbod met het slachtoffer, zal verbinden en zal bevelen dat die voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn;
- de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] zal toewijzen tot het bedrag van
- de benadeelde partij ten aanzien van het meer gevorderde niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen.
- primair bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken van beide ten laste gelegde feiten;
- subsidiair -voor het geval het hof toch tot enige bewezenverklaring zou komen- dat zal worden volstaan met oplegging van een gevangenisstraf waarvan de (netto) duur niet langer is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en waarin de vordering tot tenuitvoerlegging van 2 weken gevangenisstraf wordt verdisconteerd, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis;
- ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij bepleit dat deze niet ontvankelijk dient te worden verklaard, primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair omdat het causaal verband niet aanstonds duidelijk is en de vordering dus een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.