ECLI:NL:GHSHE:2019:2362
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering na vrijspraak hennepteelt en elektriciteitsdiefstal
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, waarin de ontnemingsvordering tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgewezen. De ontnemingsvordering was gelieerd aan een strafzaak waarin verdachte werd verdacht van het opzettelijk telen van hennepplanten en diefstal van elektriciteit.
In de hoofdzaak sprak het hof verdachte vrij van deze feiten. Op grond van artikel 511e, eerste lid, juncto artikel 348 van Pro het Wetboek van Strafvordering leidt het ontbreken van een veroordeling tot niet-ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering. Hierdoor vervalt de grondslag voor het opleggen van een betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarmee werd de vordering definitief afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak in de hoofdzaak.