ECLI:NL:GHSHE:2019:2368

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 juni 2019
Publicatiedatum
5 juli 2019
Zaaknummer
20-000000-19
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 Wetboek van StrafvorderingArt. 66a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering gevangenhouding wegens verzuim bevel gevangenhouding

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde de vordering van het openbaar ministerie tot gevangenhouding van verdachte, die eerder door de politierechter was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens diefstal met geweld. Hoewel een bevel bewaring was uitgevaardigd en geschorst, werd de schorsing van het bevel bewaring opgeheven bij vonnis van de politierechter.

Het hof constateerde dat de politierechter verzuimd had een bevel gevangenhouding af te geven, waardoor verdachte vanaf de dag na het vonnis onrechtmatig werd gedetineerd. De wet voorziet niet in een herstelmogelijkheid voor dit verzuim, en analoge toepassing van artikel 66a Sv werd door het hof uitgesloten vanwege de strikte naleving van wettelijke bepalingen bij vrijheidsbeneming.

Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot gevangenhouding en beval de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte. De uitspraak benadrukt het belang van correcte procedurele handelingen bij vrijheidsbeneming en de onmogelijkheid tot herstel bij het ontbreken daarvan.

Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk en beveelt onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte wegens verzuim van de politierechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Parketnummer Hof: [Ressortsparketnummer]
Parketnummer 1e aanleg: [Parketnummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van
[Datum 1] strekkende tot gevangenhouding van

[Voornaam & achternaam]

geboren op [Geboortedatum] te [Geboorteplaats & -land]
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans gedetineerd in de [Detentieplaats] .
Het hof heeft gehoord in raadkamer van dit hof de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. E.W.B. van Twist.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat tegen verdachte op [Datum 2] een bevel bewaring is uitgevaardigd, welk bevel op dezelfde datum is geschorst. Verdachte is in deze zaak door de politierechter op [Datum 3] veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, wegens kort gezegd diefstal met geweld.
Bij dit vonnis is tevens de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.
Krachtens artikel 66, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering blijft een bevel gevangenneming of een bevel gevangenhouding dat gegeven is op de terechtzitting, dan wel indien binnen de krachtens het eerste lid bepaalde termijn het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen, van kracht totdat zestig dagen na de dag van de einduitspraak zijn verstreken.
De wet kent een dergelijke bepaling niet voor het bevel bewaring. Derhalve is het hof van oordeel dat verdachte vanaf de dag na het vonnis op [Datum 3] gedetineerd is zonder recht of titel nu de politierechter heeft verzuimd een bevel gevangenhouding af te geven.
De wet kent voor een geval als dit geen expliciete mogelijkheid voor herstel van dit verzuim. Analoge toepassing van de herstelmogelijkheid als voorzien in artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering is naar het oordeel van het hof niet aan de orde aangezien in gevallen van vrijheidsbeneming de daartoe strekkende wettelijke bepalingen stipt dienen te worden nageleefd. Het hof zal derhalve het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering gevangenhouding nu deze vordering niet tijdig is ingediend en de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte gelasten.

BESCHIKKENDE

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering gevangenhouding;
Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.
Aldus gedaan op 27 juni 2019
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. M.E.F.H. van Erve en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R. van Maaren, griffier.
Fiat betekening en tenuitvoerlegging:
's-Hertogenbosch,
De advocaat-generaal,
Gezien d.d.
De directeur van de [Detentieplaats]