De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de rechtbankbeschikkingen die haar het ouderlijk gezag over haar drie minderjarige kinderen ontnamen en de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (GI) tot voogd benoemden. De kinderen wonen sinds 2017 bij pleegouders, de grootouders van moederszijde, op basis van machtigingen tot uithuisplaatsing.
De moeder betoogde dat zij voldoende positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, waaronder het succesvol afronden van een behandeltraject voor haar verslaving en het onderhouden van een stabiele omgang met de kinderen. Zij stelde dat de aanvaardbare termijn voor beëindiging van het gezag nog niet was verstreken en dat het gezag onterecht was beëindigd. De raad en GI voerden aan dat de moeder nog niet in staat is een stabiele opvoedomgeving te bieden en dat de kinderen rust en continuïteit nodig hebben.
Het hof overwoog dat hoewel de moeder persoonlijke problematiek heeft, de positieve ontwikkelingen en de situatie van de kinderen maken dat de aanvaardbare termijn nog niet is verstreken. Het gezag van de moeder wordt dan ook hersteld, maar de kinderen blijven onder toezicht van de GI en met een machtiging tot uithuisplaatsing bij de pleegouders. De verzoeken tot beëindiging van het gezag worden afgewezen en de eerdere beschikkingen vernietigd.